E voto Dordraceno - pagina 149
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND.
verzekerdheid
XXI. HOOFDSTUK VI.
het geloof geen geloof. Niet, dit
is
alsof hiertoe elk oogenblik onzes levens
van
werking
maar zóó
vereischt
geloof
dit
in de kiem, in
dat
is
149 vroeger reeds besproken,
een klare, heldere en onbenevelde op
wierd,
straffe
van rampzaligheid;
den wortel en in den bloemknop van het
ons ingeplante geloof toch wel terdege én deze toestemming tot de waarheid
én deze verzekerdheid
inligt.
Met
dien verstande, dat zoodra dit ons inge-
plante geloofsvermogen door de genade des Heiligen Geestes krachtig in ons
werken gaat, vanzelf en Dit
in vasten
samenhang deze twee
Lichaam van
het dan ook, wat de Catechismus hier nader op het
is
Christus
In
toepast.
den
van
wortel
ons
geloofsvermogen
tweeërlei: 1 de ontdekking en erkentenis dat er een
2
en
bestaat,
er altoos uitkomen.
het
altoos
ligt
Lichaam des Heeren
besef van verzekerdheid van onze persoonlijke aan-
hoorigheid tot dat Lichaam. Niet alsof elk Christen nu elk oogenblik zijns levens
met helderen
is
er verro
vandaan. Maar in dien
zin,
door de genade des Heiligen Geestes dit geloofsvermogen in
dat
zoodra
ons
opspruit,
dwongen
dat Lichaam Christi aanschouwen en
blik geestelijk
zich zelf daarin bevinden zou. Dit
en
en
stengel
schiet
en
werken gaat, het zich altoos onge-
vanzelf zal opbuigen, én tot de erkentenis dat er zulk een
Lichaam des Heeren
Lichaam een
persoon van
dit
geformeerde
kerk
Ook aan de
bestaat, én tot de zalige bevinding dat de geloovende
onafscheidelijk en wezenlijk lid
kan een geloovige zich
om
allerlei
is.
Van
de
oorzaak los voelen.
kerk kan het geloof een tijdlang nog geen band
zichtbare
hebben. Maar op de owzichtbare kerk richt het zich onmiddellijk, vanzelf
en rechtdraads. Geloof in Christus dat niet tevens geloof aan
ondenkbaar en bestaat
zijn zou, is
Eenigszins anders
op
dit
rarchen
stuk
is
het
zijn
Lichaam
niet.
met de gemeenschap der
heiligen gesteld.
Ook
heeft de ongelukkige en jammerlijke dwaling van alle Hië-
en Clericalen, alsof het Instituut des Woords of de geformeerde
kerk zelve de zichtbare kerk ware, en niet veeleer door de zichtbare kerk
was
opgericht,
het wezen der zaak ongemeen verduisterd, en het
veroorzaakt, dat tal van personen er tevreden
een geformeerde
mee
zijn,
zoo ze
kwaad
maar aan
kerk zijn aangesloten, zonder iets voor de gemeenschap
der heiligen te gevoelen.
Men zonder
vervalt iets
dan
maar
te
in enghartig kerkisme, en bant, ontzet en
beseffen van wat de
snijdt af,
gemeenschap der heiligen van
eiken broeder en elke zuster eischt.
Toch mits
is
men
ook hierin het terugkeeren tot een zuiverder pad niet moeielijk, zich slechts even de moeite gunne,
in te denken.
om
onze schoone Belijdenis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's