Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 505

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 505

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. L. HOOFDSTUK

lippen legt, houdt natuurlijk niet

Vader hiervoor op onze beden

drietal

een

juist

stuk

eigen

ons

in

eere onzes

altoos

in

moet komen, maar een

moet uitmaken; en dat

gebed

we

dat

laten opkomen,

Gods een eigen kring

er niet zoo ter loops bij

;

in,

God moeten

de liefde voor

uit

maar wel dat de smeeking voor de ons gebed moet vormen

507

I.

ons

te dien einde in

bidden onze gedachten beginnen moeten met zich ganschelijk van eigen nood af te trekken, onszelven en onzen naaste te vergeten, en ons geheel voor

God

onzen

te

verloochenen, ten einde geheel onze gedachtenwereld te laten

innemen door de

nu

dit

uw smeekingen

hoe

zelf bespeuren,

dan zult ge

onzen God. Is

liefde voor

bij

u alzoo het geval,

vanzelf een zekeren kring

doorloopen, en na dien kring doorloopen te hebben, haar rustpunt bereiken,

en

het

door

deze

is

wordt

drietal

dit

aangeduid.

Vader, die in de hemelen

uw

sche, van

huis,

van

naar boven en zich op

uw beden

van

kringloop

moet uw

zijt,

uw

Door

van

zelf,

te heffen tot

voor de glorie

den

eigen

volmaaktheden

naar de komst van zijn

Wil

uw

huis,

uw

Ook

om nu

op te klimmen

Hem

naar

verlangen

alzoo in

bloed des Middelaars toe-

deug-

zijn

de eere zijns

Naams,

Koninkrijk en naar het heerschappij voeren van

en zoo eerst moet ge dan weer nederdalen naar de aarde, naar

uw

naar

ik,

van smeekingen

kring voor

;

zijn

bekoord,

die

Onze

het

den Troon zijner genade vindende, moet ge dan, door

tot

en

den

ik,

den God uws levens.

de verheffing der ziele ontmoetende, en in het

gang

uws Gods, van

zich losmaken van het aard-

ziel

uw

aanroep

naar

uw

in te

zorgen,

om

alsnu in een geheel anderen

gaan, en de genade Gods in te roepen ook

lichamelijke en geestelijke nooden.

dit

tweede drietal beden vormt nu op

zijn

beurt een drievoud, en

een geheel, een afloopend perk, een afgesloten kring; waarvan ook

alzoo

hier niet de bedoeling

maar wel

melen,

dat

is,

dat ge altoos juist deze drie beden zoudt sta-

uw gebeden en smeekingen

voor u zelven steeds

zekere eenheid, zekere afronding zullen hebben, en niet halverwege zullen blijven steken. te

worden

Het mag voor u zelven

uit

lichamelijken

nood,

niet enkel een bidden zijn,

maar moet tevens

om

gered

aldoor zijn een

uw geestelijken nood. Dus ook omgekeerd, uw geestelijke, maar steeds óók uw stoffelijke nood in uw gebed voor uw God worden uitgedragen. In de tweede plaats mag uw geestelijke nood niet enkel op uw zondig verleden slaan, maar moet ook uw geestelijke toekomst insluiten. Niet alleen , Vergeef mij mijn

bidden,

moet

om

niet

gered te worden uit

alleen

:

schuld van vroegere zonden ;" maar altoos er die

komen, niet

in verzoeking."

making voor de toekomst, maar voor

het verleden.

Dus ook

bij

:

„Leid mij in de uren

om

niet enkel een bede

altoos evenzeer een

bede

om

In de derde plaats zal er ook deze orde

heilig-

verzoening

zijn,

dat ge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 505

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's