E voto Dordraceno - pagina 18
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XVIII.
18
En daarom
blijven
HOOFDSTUK
IlI.
we ons met hand en tand tegen zoo diep onware
voorstelling verzetten.
was evengoed creatuurlijk
Christus' menschelijke natuur
ome
waarin wij leven, want immers
natuur
in Christus deze menschelijke natuur als
dat onze natuur vergoddelijkt
zeggen
lippen te laten komen, wat
is
nam
Gods natuur wierd,
En
is.
dit te
de natuur
als
Te zeggen dat
aan.
hij
derhalve
is
bedoelen of over de
het anders dan nog eens, en nu op vrome
wijze terugvallen in de oude zonde van het Paradijs?
DERDE HOOFDSTUK. £n
ziet,
ik
ben met ulieden
al
de dagon tot aan
de voleinding der wereld. Matth. 28
De
van
strijd
den
:
20.
Heiligen Geest in de Schrift gaat rusteloos tegen
den afgod.
Toch was oorspronkelijk dat oprichten van een afgod geen boos
maar gevolg en
om
nawerkte,
uitwerksel van een behoefte, die in het afgedoolde hart
de
nog geen zonde
nabijheid des Almachtigen te ontwaren.
kent, heeft geen beeld
met deze ingeschapen kennisse en dit
Maar
Weg
is
oorspronkelijke wijsheid (naar de
als
de zonde in het hart
is
tot
onkenbaar wordens toe.
week de ingeschapen kennis en de oorspronkelijke inwonende
benemen, maar
tig.
En
nu,
tot een
het
beeld
wijs-
ons onze onschuld
hart, dat toch altoos
den prikkel van Gods Majesteit gedreven wordt. o.
om
wederopbouwen van onze Godskennis onmach-
nu gaat het doolgeraakte
het zondig hart weg.
dan
mate
geslopen, wordt dit anders. Zelf ver-
van Gods beeld
trekken
de
heid tot op enkele nietige overblijfsels, juist genoeg te
en alzoo onmiddellijk
aan een schepsel toekomt) den Eeuwige kent.
men dan
loor
Een hart dat
van God noodig, eenvoudig omdat
de mensch zelf naar den heelde Gods geschapen
waarop
opzet,
Kan
ik
God
God
zelf
zoeken.
God
is
voor
niet zien en leven, dat ik tenminste
Gods aanschouwe. En omdat dan
maakte nu de mensch zich
inwendig door
dit
beeld nog toefde,
een beeld van zijn God, en zoo ontstond
beeldendienst en afgoderij.
Die afgoderij, toedoen
het
d.
gemis
i.
die poging
van
van het doolgeraakte hart
om
door eigen
Gods tegenwoordigheid aan te vullen,
is
op de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's