E voto Dordraceno - pagina 156
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. VIII. HOOFDSTUK
150
I.
grens tusschen den Schepper en het schepsel wegneemt, en onder allerlei
naam en in allerlei vorm beide ineen De wondere naam van Jehorah, Zijnde;"
„de eeuwig en onveranderlijk
i.
„Ik zal zijn die Ik
is;
machtig en natuurlijk bolwerk door den Heere zelven in
Woord tegen het
zijn
d.
wien geen wording nog verandering
in
zal", is het
zijn
laat vloeien.
van
schriklijk gevaar, dat
Pantheïsme dreigt
dit
opgeworpen. God, de Almachtige,
Hij,
Hem
In
wordt
Hij
is.
verandert
niets,
was. Hij zal zijn die Hij
die Hij
is
wisselt niets,
niets,
is.
geen overgang, en
is
geen omzetting. daarentegen
schepsel
Alle
wordt,
schepsel
mist
wisselt, verandert,
Alle
vaste, onveranderlijke zijn.
dit
ondergaat rustelooze ivijziging, en
is
gestadig aan overgang en omzetting ter prooi.
Er
alzoo tusschen den Heere Heere, die eeuwig
ligt
hoe
dat
hoog
gestadig
ook,
grenslijn, en alle godsvrucht
verandert,
en
alle
een
is,
en
zijn schepsel,
een scheiding, een
klove,
aanbidding eischt, dat het menschen-
kind deze grenslijn stipt zal eerbiedigen.
Om al
nu recht
wat
duidelijk te doen uitkomen, dat er zulk een grens tusschen
goddelijk
en
is
wat menschelijk
al
bestaat, hebt ge slechts
is
terug te gaan achter het begin van het heelal.
Toen
er
nog geen wereld, en geen zon en geen maan, maar ook geen en er geen engelen waren, toen er niets was dan God. Hij
hemel
was,
alleen.
Hij die zich zelf genoeg was.
de Drieëenige God.
Want
denkt waarop nu heel
als
dit heelal,
dat er eerst niet was, ontstond, dan vat
en voelt ge opeens klaarlijk, dat die is,
en die Schepper heel
En daarom,
iets
Hij van alle eeuwigheid eeuwiglijk
ge u dat indenkt, en dan u het oogenblik
God
anders dan dat schepsel.
dat punt viel het
juist op
heel iets anders dan die wereld
Algodendom
Pantheïsme ons
of
aan. Neen, een schepping in dien eigenlijken zin was er niet.
was wel van er
in
God
eeuwigheid
;
kon, zoo leerde
Hem. Zonder En hiermee
die
is
God
zijn
men
lichaam noodig heeft,
;
maar was eeuwig
schepping
zijn.
God.
als
Die hoorde
bij
kwaad reeds ingeslagen.
Want
de wereld tot een onmisbaar aanhangsel van
niet buiten
om
wereld
ware Hij geen God.
natuurlijk het schriklijk
op die manier maakt God, icaar
was nooit geschapen
men, niet zonder
die schepping
De
gevormd, maar de stof er voor was
lieverlee fijner en rijker
kan.
uit te
En
toen wierd het: gelijk mijn
komen, zoo
is
God
ziel
eigenlijk de ziel
mijn
van
het Heelal, en het Heelal het lichaam van God.
En eenmaal eerst
op
die lijn wierd het toen:
ongevormde lichaam
groeit en
vorm
„Gelijk
erlangt,
bij
een mensch het
zoo ook ging het
met
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's