E voto Dordraceno - pagina 86
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
86
XX. HOOFDSTUK
ZOND. u
ontzet
dat
en
niet
u
verschrikt
eens eeuwiglijk u bekleeden
Ook deze rijkdom een ook
uw
vlek
en
uw
met
rimpel,
maar aan uw lichaam
tot in
Hij
voorziening.
maar
verwierf
in Christus
uw
Jezus
nimmer kan gedeeld worden ruimte
is
om
al zijn
demonen
ook voor die nooddruft
is
ziel
ook een onvergankelijk kleed van
heiligheid; en dat kleed der heiligheden
der heiligheden
schrikkelijke
slechts den zoen en bracht het rantsoen,
niet
weefde in den arbeid zijner
hij
smettelooze
het
zie,
zijn,
eeuwigheid met
aller
scharlaken smet, ja met
melaatschheid tot een spot en aanfluiting voor Satan en
moest blijven liggen. Maar
de
rechtvaardigmaking verpandt, maar
ziel
doemschuldige maar vrijgesprokene,
gij,
uw
dat
toegerekend en
zal.
aan
en
is
dien Eenige een schat van heiligmaking. Smadelijk zou het
in
zoo
nu reeds u
in Christus Jezus, dat hij niet
is
verheerlijking is
is,
maar weet
ge
zoo
niet,
„rechtvaardigmaking" die in Christus Jezus
III.
zonder naad, dat
is
en in de plooien van dat
;
er al
Gods kinderen mee
te
fijne
lijnwaad
omkleeden. Ook
die heiligheden heeft Jezus niet voor zich verworven, ook die heiligheden
voor u.
zijn
Laat dan op aarde, zoolang de pelgrimsreize wordt voortgezet, het
stof
der aarde ons nog bezoedelen en de spet van het gif uit ons eigen hart tot
de goede werken ontheiligen die
zelfs
laat
God
gewrocht had; ja
in ons
de allerheiligste uit Gods kinderen tot aan zijn dood toe klagen en
jammeren, dat
nog de worm van binnen knagen
altoos
bleef,
— wat nood,
zoo aan het einde van de baan de volkomen afsterving van de zonde ons
maar beiden mag, en dan gereed
Ja
ligt
om zijn
uw
glijdt.
lichaam, rechtvaardigmaking voor
heiligheid u verpand,
uw hart, heden om u
zal zijn.
in
ingelijfd
van eenzelfde
Christus Jezus
zijn
;
de
benauwen; die ge
laat
alle uitver-
eenzelfde heerlijkheid,
met
heil.
dan op aarde uw pad eenzaam en uw weg verlaten
dampkring der wereld, waarin ge omwandelt, u drukken en laat
wegdraagt
met uw
heerlijk-
ook een wereld
van dat volk Gods, waarin
maar ook deelgenooten van
lot,
En daarom en
is
maar
en overkleeding
en waarin enkel broeders en zusters, deelgenooten
;
u jubelen zullen over het door allen saam genoten
zijn,
is niet
ziele
In die heilige wereld zult ge geen eenling, maar
een kind van heel een volk zijn
maar
uw
een rijk van genade en vrede dat als een sfeer van volmaakt-
voor
korenen
de schouders
ook dit nog te noemen, in Christus Jezus
heid voor
met
het witte fijne lijnwaad der heiligheden Christi
om
en ook ons
het op aarde ;
smaad en spot meer dan
ja laat het tot een
breuke voor
uw
beste vrienden, tot een verlaten worden door
bloedverwanten komen
;
—
eere en lof zijn
hart, tot een breuke
uw magen en
wat nood, zoo ge Christus en
zijn
naaste
schat moogt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's