E voto Dordraceno - pagina 209
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLII. HOOFDSTUK IV.
van Godswege. Een woord waarin ook
211
het denkbeeld van meester nog
wij
bijhielden.
Vraagt ge nu wie meester over eenig goed
is,
dan moet zonder beding
of voorbehoud geantwoord: Als gevraagd wordt, wie, onder God, meester
over eenig goed
zulks in twee instantiën. Vooreerst beslist de wet van het land,
ge
over eenig goed meester worden kunt; en ten andere beslist de
Overheid als rechter,
ontstaan geschil, wie als de meester zal gelden.
bij
nu iemand u
Heeft
ontnomen, dan gebruiken ook
iets
drukking van meester, en zegt ge, dat
maakt
In dat geval gaat
heeft.
zich van het
hij
Of ook hadt
aanvaarden.
gij
zelf
dacht recht op te hebben, en
men
uwen nadeele
gij
te
rechtsbestand aangaat, staat de beslissing nooit aan quaestiën
A
boven
B
en
en dijn
mij72
het uitwijst.
zijn die
d.
i.
het
ge-
naar de
feitelijk te
iets,
waar ge
geven. Voor wat het feite-
bij
het
die uit-
klaagt u aan, en de rechter wijst het
lijk
over
nog
uwe meester
u meester gemaakt van
dan hebt ge het terug
uit,
wij
dan naar den rechter,
gij
Overheid, en zoo als de rechter het uitwijst, zoo hebt
te
uitwij-
En
zing.
hoe
dan heeft de Overheid van het land recht van
is,
niet.
En
Dan moet
die
A
ofB. Dat kan
er wel een
macht
van God gestelde macht
is
de Overheid.
Daarom door
Dat
zult ge intusschen niet zeggen, gelijk de pantheïst, dat het recht
Overheid ingesteld of gesproken, altoos het wezenlijke recht
de
God
ware
dit eerst
God
van
den
God
aanbidt, weet dat
levenden
alsof niet Hij zelf het
kon laten doen door een Overheid of wet-
die Hij aanstelde. Dit krenkt
gever,
God maken,
een gedachteloos
tot
maar
recht bepaalde,
Gods eere en
is
met de aanbidding
onvereenigbaar. Integendeel, wie den Heere zijn
God
alleen het ware, zuivere, volle recht stelt. Bui-
ten zonde zou dan ook alleen en altoos dat ware recht gelden.
entegen recht
loor
te
heid
het
is
door ging,
nog
althans
onze
en
een
is
schuld, dat de kennisse van
eigen
is
ware recht Gods, maar het verder recht bezitten kunnen.
recht
als
rechtsordening
is
onze
Soms
komt het nog gedurig
onzent
is
eigen
schuld
dit recht, dat
dat
ware
in
stand
we geen
de Overheid
zui-
stelt
en
en
Maar toch ook
voor, dat een onschuldige veroordeeld
de schuldige gelijk krijgt.
En
ook komt het voor, dat de wet
rechtsbepalingen over den eigendom maakt, die vlak verkeerd
waarom men dan ook gedurig op dacht
dit
lang zoo zuiver en waarachtig niet als het
Oostersche landen nog veelvuldig voorkomt. Bij ons minder.
wordt
daar-
op het kantje af van vlak onrecht te wezen; iets wat vooral in
spreekt,
ten
Nu
het een genade Gods, dat Hij door de Over-
gedeeltelijk
Dit Overheidsrecht
houdt.
is.
is,
d.
w.
z.
dat
men
zijn.
Keden
wijziging en verbetering van de wet be-
zelf inziet,
hoe verkeerd de wet het recht stelde,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's