E voto Dordraceno - pagina 50
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XXXIX. HOOFDSTUK
ZOND.
52
II.
het beginsel van het vijfde Gebod toch onverzwakt zou gegolden hebben. Eerst op die manier ziet ge
den anderen zou
uit
een vaste
alsdan
ordinantie
deerd geweest; en ook hoe oefenen
toch
viel,
mensch
hoe, ook buiten zonde, toch de ééne
in,
gegenereerd geweest; hoe in deze generatie toch
zijn
voor
menschen samenleving ware gefun-
's
waar dan geen geweld
er,
leiding en regeling op zou zijn
zekere
noch
te keeren
te
gekomen voor
het saamleven van de vele miUioenen menschen onderling.
Ook
dit laatste
want het vaderlijk gezag kan niet verdwijnen door het
;
Wel in onzen zondigen
dat een kind huwt.
feit
gezag soms toevlucht
tot
nu ook het
dwang moet nemen een dwang ;
het zelfstandig optreden van zijn zoon.
bij
toestand,
Maar
vaderlijk
die vanzelf
niet, zoo
ge u
wegvalt
dit vaderlijk
gezag in idealen toestand en over kinderen zonder zonde denkt, waardoor het
immers enkel een
karakter
zedelijk
dragen, en zich alleen richten
zou
zou op het geven van de onmisbare leiding. gezag
vaderlijk
gezag
der
al
die wijs zou
dan
uit
een gezag van stamhoofden verrijzen.
zou
familiehoofden
op die wijs zou allengs
Op
het
gezag van familiehoofden opkomen; uit dat
vanzelf het
wat leefde
in
En
één geordend verband staan, en
eiken schakel van dit verband zou de leiding vanzelf uitgaan van hem,
bij
van
drager
die
nog
bestond
patriarchaal gezag was. In de dagen van
het
natuurlijke
deze
veelszins
reeds toen op allerlei wijze ingetreden
ook al was de zonde
toestand,
om
stoornis
Abraham
aan
te brengen.
Denk
aan het wegzenden van Ismaël. In den Joodschen volkstaat was
slechts
voor
een
door
Godzelven
deel deze opklimming van het patriarchaal gezag
gering
niet
verordend.
En
zelfs in
het moderne Engeland leeft nog
altoos de natuurlijk bedrieglijke idéé, dat de Vorst des lands eigenlijk de
van
bloedverwant
Men maakt
is.
alle
of
éénen dat
bloede
hij
De
prinses
echte
de
uit
oude
nu
hoogere klasse der maatschappij
om aan
of in vorige eeuwen, door
te
toonen, dat
maagschap met een
En waar huis van
of
Nobiliti/ zich
poogt de Gentri/ of lagere adel weer te bewijzen
droomt,
te
alle
met het Koninklijk
met den ouden Gentry
en
het regeerend vorstenhuis verwant waren. adel
rijkere burgerij
met de
adel
namelijk in Engeland sterk
zich
adellijke familiën,
prins
zoo
den
al
adel of de Nohilüy door
maagschap verbonden
is.
poogt dan weer gelijk bewijs voor haar verwantschap leveren,
of
door
huwelijk
in
die verwantschap te
komen. En op die wijs steunt men het gezag door de ideale voorstelling dat
eigenlijke
gefundeerd
Aan een
het
vorstelijk
gezag in bloedverwantschap en maagschap
is.
te
breede uitwerking van de vraag, hoe het verloop van het
gezag geweest zou
zijn,
indien de zonde den vrede van ons geslacht niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's