E voto Dordraceno - pagina 24
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
26
XXXVIII. HOOFDSTUK
ZOND.
om
ding der belofte,
Davids
dagen,
eeuwen
door,
en
aan
de ruste Gods in te gaan, ook na Jozua, ook in
in
dus
nu
ook
nog
Gods volk de
al
IV.
gold, en dat uit dien hoofde, alle
belofte
moest voorgehouden, dat
ze,
mits
ze volhardden in het geloof, in de ruste Gods zouden ingaan. Neen, niet
was de ruste
alleen aan Israël
Hoe
Kanaan
in
kan
hoe
de
:
ruste
is
Om
aan
Israël in
nu
Als er van
in te zien,
zijn,
uit.
toe,
en
alle zijne
dit
hebben
en waarvan
werken (Hebr.
na afloop van het Scheppingswerk
Kanaan was toegezegd; en de
moet
van
alle
die gelijk staat
volstrekte ledigheid.
nu
rustte
rust,
in
ruste die er
den grond één
zijn
;
en de
op te vatten.
elk dezer drie nader verklaard.
den Heere geschreven staat, dat Hij, na de zesdaagsche
God
rustte
waarin God
is,
van God, moet alzoo
dus maar hoe we
schepping,
tot
God ? En
genoemd worden de ruste van God?
Toen ruste God van
:
waarmee God
ruste
die
dit
bedoeld
ruste
3 geschreven staat
overblijft voor het volk
vraag
bestaat er tusschen de ruste
apostel doet uitdrukkelijk uitkomen, dat de ruste die er overblijft
De
4).
:
bedoelde
hier
volk van God, dezelfde ruste
het
Gen. Il
in
IV
Welk verband
te verstaan ?
en de ruste die er nog overblijft voor het volk van
de
Immers de voor
nu
dit
is
Kanaan aangeboden, maar ook nu nog
in
van een ruste voor het volk van God.
bleef de belofte gelden
ik'
kan er natuurlijk geen ruste
werken,
zijne
met een
nietsdoen, of hetzelfde zou zijn als
Immers het woord van
Christus: „Mijn Vader werkt
werk ook", staat hier lijnrecht tegenover en
Het rusten Gods kan dus
het werk der schepping,
sluit dit
alleen rusten heeten in tegenstelling
met het
met
eerste voortbrengen en ordenen, het tot
aanzijn roepen van een creatuurlijke sfeer. Dit scheppingswerk droeg een
eigenaardig karakter, inzooverre het strekte
en het voorwerp waar
te roepen,
uitstrekken, eerst
te
Maar nu was werken
Gods
zijn
om wat
niet was, tot aanzijn
goddelijke deugden zich naar zouden
doen ontstaan.
dit
voorwerp
gelijk dit
er.
Hemel en aarde waren
gereed.
Het
dusver plaats greep, hield dus op; overmits het
creatuur was ontstaan, waarin de blik van Gods almacht en wijsheid kon rusten.
Doch
natuurlijk,
noch een laten varen van deze schepping, maar was
van
dit
veel
meer een rusten
creatuur,
schepping,
dat
deze ruste was in het allerminst geen loslaten
in
deze schepping; en wel zulk een rusten in deze
Hij ze in stand hield, er zich in vermaakte, en ze haar
voleinding tegenvoerde.
In verband hiermee was nu aan „de menschenkinderen, en wie
vermakingen
waren",
soortgelijke
namelijk een weg voorgeteekend,
om
gang
voorgeteekend.
Ook
al zijn
hun
was
door volbrenging van Gods geboden,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's