E voto Dordraceno - pagina 127
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXI. HOOFDSTUK
Oorzaak van ten
dezen jammer was, dat de Kerk van Christus den jnis-
al
den
op
verloor
blik
dien ze te voeren had. Ze vergiste zich
strijd
omtrent aard en doel van dien
strijd
en tastte daardoor mis in de keuze
wapenen, en de keuze van haar bondgenooten. Haar wapenrusting
harer
zou
127
III.
geestelijk zijn, en zie, ze zocht heul in staatsbegunstiging, in
enkel
en in steun van de staatspolitie. Haar bondgenooten mochten
staatsgeld
Gods engelen en de heiligen op aarde
alleen
zijn,
en
zie,
ze zocht hulp
de machtigen en aanzienlijken der aarde, ook op het gebied der weten-
bij
schap.
Haar
moest een
strijd
de lucht wezen, en
in
van Gods
Het
zie,
strijd
met Satan en de
geestelijke
boosheden
ze ging haar vijand zien in het trouwste deel
volk.
daarom van het
is
men
uiterst belang, dat
bij
de bepaling van wat
de kerk zijn moet, zich duidelijk rekenschap geve van den vijand, ivaartegen ze den strijd heeft
voeren. Dien vijand
„vleesch en bloed,"
apostel als niet zijnde ten,
te
nu omschrijft de
heilige
maar „de overheden, de mach-
de geiveldhebhers der ivereld, de duisternis dezer eeuw, de geestelijke
boosheden in de lucht."
Wat hebben we
hieronder te verstaan?
Stellig niet enkel de zonde, gelijk het door
verwaterd
Met
wordt.
maar de zonde
uitblijven,
macht waartegen kerk
de
is
strijd
menig prediker misduid en
zonde een oogenblik mocht
alsof strijd tegen de
slechts een der werkingen van de eigenlijke
moet aangebonden. Wie zegt: de
strijd
der
gaat tegen de zonde, vat de zaak niet diep genoeg, en weerspreekt
Paulus'
lijnrecht
uitspraak.
„de zonde" bedoelen,
is
juist
Wat
zulke oppervlakkige predikers toch
met
wat Paulus hier aanduidt met „vleesch en
bloed." „Vleesch en bloed" zijn hier de verleidingen van zingenot en wellust,
van
drift
en toorn en van allerlei zonden en zondige gedachten en
begeerten, waartoe vleesch en bloed ons verlokt.
En nu
zegt Paulus
9tiet,
dat hiertegen de hoofdstrijd der kerk moet gericht, maar juist omgekeerd, dat
niet
dit
de hoofdstrijd
is,
en dat de eigenlijke strijd der kerk gaat
tegen een veel machtiger vijand, die achter
al
macht
schuilt en in deze zonden slechts zijn
deze en vele andere zonden uitwerkt.
De strijd staat tusschen Christus en Satan. Satan viel eerst na en door hem pas Adam. De wortel van het kwaad schuilt dus niet in deze wereld ;
en niet in ons menschelijk hart. vatbaar
kwade Paradijs
zijn.
ligt ;
Dan
toch zou geen mensch voor verlossing
Neen, de springader en bronwei, grondoorzaak en wortel van het buiten
deze wereld in Satan. Dat toont de historie van het
dat ziet ge in Jezus, die eer
hij
de wereld ingaat, Satan in de
woestijn opzoekt; en dat blijkt uit de Openbaringen, die ons het eind van
den
strijd
teekeuen in de ternederwerping van Satan en
zijn
trawanten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's