Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 319

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 319

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XII. HOOFDSTUK VI.

Nu

om

door en

dit priesterschap

de zonde wijziging onder-

doordien het priesterschap van een zondaar er in bestaat, wel dat

gaan,

ook

wel

heeft

313

God

zich aan

hij

geeft,

de eere te geven. Zoo dood,

maar dat

den eeuwigen dood

willig in

dit als

hij

zondaar doe, door zich

werpen en alzoo aan Gods gerechtigheid

te

dan het priesterschap voor een zondaar

is

tot

den

het voor den van zonde vrijen mensch een priesterschap

gelijk

is

ten leven.

wel

Dit

verstaan

priesterschap

niet

nu aanstonds vastgesteld, dat Aarons

dient

zijnde,

Melchizedeks

bij

maar

bijkwam,

priesterschap

het

verving, totdat het in en door het vleeschgeworden Woord hersteld

tijdelijk

zou worden.

Melchizedeks

priesterschap

door

liep

zich zelf. Zijn priesterschap strekte,

Gode

lutelijk

zondaar,

te

het

al

wijden

een

Gode

opwelling

zelf,

en

al

hij

zijner

wat

dit,

hij,

de zondige, die zelf

zonde verdierf?

Wat

met een

reine

Gode

beweging

en

hart

waar

toewijden,

van

hij,

Icon hij

het zijne noemde, voor

hij

des

En

God

Hoe kon waar

harten,

harten een opborreling van zonde was ?

zijns

van

lippen,

hij

wijden

zelven

zich

hij

zich zelven en al het zijne abso-

ontbinding en dood en verderf aan zich had?

van

reuke het

hij

met de smet

zijne

Gode toebrengen waar

om

maar hoe kon

;

zonde teniet en vernietigde

de

alle

ook hoe kon

de offeraar, zelf onrein van

hand was? Bovendien,

hij

was zondaar. Zijn

zonde krenkte Gods gerechtigheid. Hij stond in schuld. Die peilloos diepe voor

schuld

God moest

den.

En

den

eeuwigen

gebeterd, moest verzoend, moest uitgedelgd wor-

nu, hoe kon de dood,

om

zondaar Melchizedek den

zoen aan Gods

dit,

die,

wierp

hij

recht te betalen,

zich in

dan ook

eeuwiglijk in dien dood verslonden wierd?

Zooals Melchizedek daar stond, bloedde zijn priesterschap dus dood. Hij

nog

toonde voor

den

hoe

val

het zijn moest maar

had

er geen enkel

hij

was het

mensch voor God

die waarlijk het priesterschap voor

niet meer. als

Na Adam

priester gestaan,

den Heere vervullen kon.

Milchizedek stond er als een lamp die uitging, als een uitgebrand huis,

nog toonende wat het eens was en na weeropbouwing weer worden

maar

zelf

zou,

gaf Melchizedeks priesterschap geen troost meer. Melchizedek

kon niet verzoenen.

Daarom nu schap

tijdelijk

weer op

te

beschikte de Heere het aldus, dat Melchizedeks priestergestuit en geschorst werd,

komen en

om

eerst later in het

Lam Gods

voleind te worden.

Dit geschiedt echter niet zoo, dat er nu niets overblijft en een tijdlang

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 319

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's