E voto Dordraceno - pagina 460
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLVIII. HOOFDSTUK
462
wel woord en woord scherp uit een weten te houden, loopt toch in
zeer
het
leven
dagelijksche
deze
alle
die
I.
men
termen
Schriftuurlijke bezigt,
om
uitdrukking door elkander, en zijn
alle
letterlijk
meer dan verouderde zegswijzen,
niet
zoo in het algemeen „het hooge," „het heilige," ,het
vrome," „het religieus-ideale" aan te duiden. ,Dat Gods worde," drukt dan een stemming der
ziel
Naam
met het
die
uit,
en „dat Gods Koninkrijk kome," evenzoo een stemming der het heilige verrukt eindige
men
en het
die door
sympathie voor het
die innerlijke
is
Gods Naam, en beurte-
beurtelings door het heiligen van
men
versta
ziel,
gevoelt zich dan door het heilige in zijn on-
komen van Gods Koninkrijk onder woorden
lings door het
Nu
Men
aangetokken,
diepte
heilige die
is.
geheiligd
heilige dweept,
brengt.
ons wel, dat we op dezen zin en deze sympathie voor
het heilige allerminst geringschattend neerzien. Integendeel, het voegt ons
nog rookende
elke
mogen we
vlaswiek aan te blazen, nooit
schen. Stelt ge naast een
man,
die
nog zoo
die uitblus-
en dit doet uit zin voor
bidt,
het heilige, een onverschilligen, zinlijken, geheel in geldzucht en zingenot
opgaanden
dan
mensch,
Godswege
nog
zielsuiting
te
ge
voelt
dien edeler geest werkt.
in
verachten, hechten
wat gemeene gratie
terstond,
we
Wel
er
van
verre dus van zulk een
er zeer veel aan, is het ons steeds
een lust er ons aan te sluiten, en kan het ons verkwikken, als uit dezen
grondtoon Uit
dit
schoone,
oogpunt bezien, mogen
ideaal-gezinde dit
wij
Modernen nimmer
goede en edele in hen altoos zulk een
nog
woorden
bezielende
te
het
voor
heilige geuit worden.
de geestelijk gestemde Groningers en
maar
voorbij loopen,
waardeeren en aan
macht ten goede
En
in.
te
is
het onze roeping,
wakkeren. Er schuilt
wie in zijn famiUe- of vrien-
denkring met aldus gestemde geesten te doen heeft, moet zich juist aan deze nobeler zielsstemming aansluiten,
en
naar
trekken
te
verlokken,
om
om
de beklemden daaruit te lokken
Alleen maar,
hooger.
men moet
ons nooit kunnen
zwakke schijnsel der gemeene gratie voor het wezenlijke
dit
te gaan aanzien, en ter wille van dit schijnsel het oog te sluiten voor de
zooveel tert. is
om
heerlijker
Het
ons
alles
klaarheid, die in den Christus en in zijn woord schit-
het edele, het heilige, het hoogere, het hemelsche, het
kostelijk, alleen
maar om deze topazen
dezen onyxsteen het echte diamant niet van
Een enkele
berooven. waardij
één
ideale,
der
ziel
den
saffier,
veel hoogere
waarde
zult ge
naar den levenden God staat in
oneindig hoog boven al dit dwepen met het ideale verheven, en
enkele
zielskreet,
hoog
nameloos standpunt zachten
uitroep
zijn
boven
of
God ons arme zondaren genadig
alle
geroep
der
vrije
vroomheid.
wil zijn, reikt
Op
het ideale
der gemeene gratie ligt ver aan den horizont alles voor u in
morgenglans gedompeld; maar
als
een kind des menschen zich
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's