E voto Dordraceno - pagina 112
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXI. HOOFDSTUK
112
Roomsch worden en uw
schen maatstaf, dan moet ge öf
uitwendige
de
I.
lust
hebben aan
waarmee de pauselijke kerk op het Vaticaan,
schittering,
haar diocesen en kathedralen optreed, of ge moet wel toestemmen, dat
in
het optreden der kerk erbarmelijk klein en onooglijk
den glans van de wereldsche rijken achterstaat.
uw oog
gluurt Christi
haar
in
haar
afwenden,
eigen
ziel
aan
geestelijke verborgenheid
moet haar ten
ge
of
uitblijven,
En
niet achter het gordijn, en mist ge
en
laatste wel
terugtrekken
u
en zeer verre
is
ziet
ge dan niet dieper,
den
zin,
om
de kerke
dan kan het niet
te zien,
minachtend aanzien, u van
de geestelijke bevinding van
in
bij
uw
of kring.
Verstaat ge daarentegen eens voor altoos die majesteit der belijdenis op het stuk der kerk, die uitgesproken
Gods en
—
o,
en
zult
alleen
hij
dan
Zone Gods en
haar sticht, opricht of vergadert, en dat het die Zone
mensch
een
niet
in het feit, dat de
ligt
is,
nog vooitimGni beschermt en onderhoudt;
die haar
zich opeens alle verhoudingen voor
keeren
u om. Dan kunt
ge niets meer kunnen hechten aan eenig Genootschap,
aan den
w.
d.
mannen met behulp van de
steiger die eenige kerkelijke
z.
wereld-
sche Overheid, voor die kerke Christi hebben opgetrokken, maar, door die
gebouw zelf aanzien, dat met
steigers heen, het geestelijk
dan
heid
wereld ooit geven kan, voor
de
eeuwen door steeds hooger
Uw
kerk
en
rijst
dan een kolonie
is
's
veel hooger schoon-
werelds oog verborgen, alle de hemelen.
zijn spitse verheft in
den hemel in deze aarde
die uit
inleeft.
Ze heeft dan een eigen, zelfstandig bestaan, rustend op een eigen fonda-
ment;
opgetrokken
is
eigen
in
niet
kelijk
wetgevers,
Haar
wondert
zij
met
die wereld
dra
die
kerk
de
ook,
dat,
bevreemdt u dan niet meer, want ge weet
in beginsel tegen het beginsel dier wereld overslaat.
daarover dat de strijd
als
strijd
vaak zoo lang
van het heden voor
les
dan
van de levenswet van haar goddelijken Stichter.
eeniglijk
u, niet
dat
over,
uit heel andere steen,
en in haar toestand en inrichting afhan-
;
van de wetten der natuur, noch van de wetgeving van aardsche
maar
strijd
dan dat
gebouwd
stijl;
de mijnen der wereld aanbieden
geestelijk
u,
soms zoo scherp
rust.
is,
maar
Ge
ver-
eer hier-
En, met het historieblad en de
verstaat ge het opeens, hoe het komt, dat zoo-
opwaakt, die
strijd
weer zoo
die kerk geestelijk inzonk, de vrede
fel
losbrandt,
maar
haar door die wereld
gegund wierd.
Meer nog,
als
ge dan van dien
strijd
en de moeite en de bangheden
van Jezus' kerk hoort, dan denkt ge niet meer: „Daar houd ik
trek mij in geestelijke zielsgenieting terug;"
u
de
hoüge
en
heilige
waarin de Zone Gods
al
eere,
om
doorgaat
in zijn
die
maar dan
ik mij buiten,
drijft
nimmer eindigende
kerk te vergaderen,
en prikkelt worsteling,
mee het zwaard
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's