E voto Dordraceno - pagina 456
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XVI. HOOFDSTUK V.
450
En nu vermeten we
men van oude graf
stroom
te
beweren, dat er geen
ook
kunnen
met duizend vragen
men
op-
wij,
voorstellen,
in het hart bij
in luchthartigheid over deze
van
onze
aandacht,
graf
veel te bekreunen.
Ons
het leven vergen zoo al
dat er voor de vragen die het graf doet opkomen, bijna
Maar hiermee
overblijft.
en
geoordeeld,
met
houden dan
het
De vragen van
zoo wereldsch geworden.
schuilt,
ons
het graf van Jezus deze vragen als een
bij
mysteriën
de
over
zich is
geen oor
eeuw,
plaatst de zerk op de geopende groeve en keert huiswaarts
;
leven
bezig
ondiepe
aanzwellen. Thans praat
laten
zonder
een
tijden her zich
en
geplaatst,
vragen heen
niet
van
kinderen
pervlakkige
het
minst niet
in het
drang achter geheel deze voorstelling werkte. Meer dan
heiliger
heeft
ons
we
als
is
de dieper zin van vroeger dagen nog
de vorige geslachten zich altoos weer zien
vraag naar hetgeen er onder en achter het graf
de
het ons veeleer van hen te leeren, dan laatdunkend
voegt
over hen het hoofd te schudden.
Het
graf omsluit metterdaad een ondoorgrondelijk mysterie, en vooral
waar Immanuel
het graf wordt nedergelegd, staan we voor een ver-
in
men
borgenheid waarvan
Want hand
sterfdag
den
we nu
of
opmerken, dat Immanuel
al
Vaders beval
zijns
met hem
schoot
;
dat
af
is.
stervend in de
zijn geest
den moordenaar betuigde nog dien eigen
hij
in het Paradijs te zullen zijn; en dat zijn
aarde
der
met een algemeene phrase
niet
—
rustte,
is
dit
hchaam
metterdaad genoeg,
om
in
u een
klaar en helder inzicht te geven in het ondoorgrondelijke dat hier plaats
greep ?
Vrijdagavond uit
hij
het
sluit hij
geopend
Had de Heere
in
geantwoord ja,
want
Paradijs
geen
zijn?
stervend het oog, en pas Zondagmorgen verrijst
wat nu
graf;
er in dien tusschentijd gebeurd?
dien tusschentijd geen bewustzijn? en dan
Was
hoe
kon
er in die
hij
band werken
genomen
ziel,
tusschen
bange lange
zijn
den
wezen, zijn
Zone
en wederom tusschen die
lichaam? Welke bleef in
die grafure de
We
zeggen niet tusschen
hem
de
zijnen
vanzelf
en
verder
hem
als
en
gaat
als
ure, dat hij in het graf lag,
ook
ziel
Gods en ziel
En
vragen:
en lichaam?
Hoe
bleef
en dat in het graf besloten
band tusschen Jezus en de zijnen? zijnen,
zoo voortgaande,
Welke was
maar tusschen
komt men dan
in die grafperiode de
betrekking tusschen den Heere en de vroeger ontslapenen
;
tusschen den
hun oordeel wachtten; tusschen den Heere en de
Heere en degenen
die
macht van
dood?
hel en
er tusschen de
die in het Paradijs op-
Zone Gods en de
Middelaar?
moet wel
anders met den moordenaar in het
werkzaamheid? Welke band en betrekking bestond
vaneengescheiden deelen van de
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's