E voto Dordraceno - pagina 239
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIII. HOOFDSTUK
zeggen hoe de zaak anderen
gruwel
moord en
zaak
voor
moet
die strijd der plichten zeer zeker
vraagt,
u
dan
vernemen, en of
te
gelegenheid
openen
zult
het
spreekt
of tot verkrachting of tot
dan
dergelijke kunt afwenden,
worden erkend. Ook
men dan
als
een booswicht er recht op heeft, de ware toedracht der
zulk
of
van
zaak
verbergen,
te
moord
geven, en omgekeerd door de ware toedracht der
zoudt
hem
aanleiding tot
ligt,
241
II.
hij
de
voor
van u vergen kan, dat
gruweldaad,
hem
gij
de
den zin heeft
die hij in
dat zulk een booswicht niets van u te vorde-
vanzelf,
ren heeft, en ook voor Gods vierschaar geen enkelen eisch op u kan doen
hebben
Toch
gelden.
onze vaderen er zeer terecht ten ernstigste tegen
men
geprotesteerd, dat
zeggen als het ja
God zou geboden
des wege ooit den regel zou opstellen, alsof neen
op zichzelf geen zonde zou inhouden, ja veeleer door
is,
zijn.
Zelfs het
Hof van Holland
heeft
nog
verspreiding verboden van een geschrift van Fran9ois de Bruys,
dezen „dat
zulks
hooge
in
mate scandaleus
strijdig
is,
met de
heiligheid en
samenleving, en niet kunnende getolereerd worden in een land
schelijke
justitie"
Groot Placcaatboek VI, 637
(Zie
later de Casuïsten, onder ons de Socinianen
weer Rothe
in zijn Ethik, stelden en stellen
nu
hiertegen
Heidensche philosofen,
en Remonstranten, gelijk nu
nog zulk een regel
de la Vérité
ontzenuwd
et
de la Paix, een studie, die
Ze
heeft.
Le Trlomphe
n
evenzoo
in II
meer
is
argumenten der tegenpartij
drieërlei
mendacia perniciosa
;
Rachab
blijkens
dat ze in Hebr.
Ook gaven
leugen
:
lo.
ze toe, dat
officioso),
men
onderscheid moet
de leugen met boozen toeleg (de de waarheid in
om iemand
en 3o. een anders zeggen dan het
is,
gekheid (de mendacia iocosa,) en ze erkenden dat het laatste geheel
van
zonde
wijsbaar.
ook al
bij
kan
zijn,
en in het tweede geval de zonde soms
Maar nochtans
XI
edoch opmerkende dat het in deze beide
2o. een spreken tegen
redden (de mendacia
belette,
opgenoemd. Ook wezen ze op de vrouw van
Samuël XVII
krijgslist was.
maken tusschen
wat toch niet
handelde,
onder de geloofsheldinnen
Bahurïm gevallen
alle
velden daarom geen hard oordeel over wie in zoo
geval terugdeinsde; en wezen er zelfs op, hoe
hachelijk
en
vast,
Gereformeerde vaderen altoos met hoogen ernst
onze
zijn
vv).
ingegaan, gelijk vooral blijkt uit het werk van Ds. Bonvoust,
Jozua
omdat het
waarvan de Raden oordeelden
God Almachtig, ten uiterste gevaarlijk voor de men-
van
eigenschappen
van
stelregel predikte; iets
gevaarlijken
1731 de
in
nauw
te
uit vrij
aan-
hielden ze onverzettelijk aan het begrip van zonde
de noodleugen vast. Onwaarheid hebben ze nooit goedgepraat. Ook
gevoelde
men na
zulk een wezenlijke noodleugen, gedaan
om
iemands
leven te redden, zekere vreugde in zijn hart, toch zou Gods kind er ook
een
verwijt
bij
E VOTO DORDR. IV.
gevoelen,
en voor die zonde der onwaarheid verzoening
16
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's