E voto Dordraceno - pagina 496
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
496
ZOND.
met het
laatste
Jacobus spreekt van een roepen des opzieners
Oliesel wil.
als
iemand krank
Er
staat toch
met het
\yordt,
om
doel
maken, dat
te
hij niet sterve.
„en het gebed zal den kranke behouden en de Heere zal hem
:
De
oprichten."
XXV. HOOFDSTUK XIV.
met
zalving
die hier voorkomt, en die
olie,
met de buitengewone gaven des Heiligen Geestes,
samenhangt aan
die Christus
zijn
toenmalige kerk schonk, doelt dus niet op het behouden van een stervende de
voor dat
eeuwigheid, niet sterve,
hij
maar
juist
middel
den
aard
gewezen
handen
in
der
zaak.
hebben,
om
gesteld,
Dan
toch zou
we
dat
blijve.
te
maken dit niet
ware hiermee aan de Opzieners der gemeente
in absoluten zin bedoelt, als
een
om
Dat Jacobus
omgekeerd op een pogen,
maar nog op aarde leven
hij
geen
zelfs
sterven
elk
voorkomen,
te
ligt in
in het vierde kapittel er niet op
dag van ons leven zeker
zijn,
en
daarom vanzelf voor den dag van morgen geen plannen kunnen maken.
— 17).
(Zie VS. 13
van
Er
deze woorden dus niets, dan een aanduiding
ligt in
de buitengemeene krachten der genezing, die de Heere destijds, nu
en dan,
tot verheerlijking
van
zijn
naam
in zijn kerk wrocht.
Oliesel daarentegen is geheel iets anders. Dit strekt niet
opdat
te genezen, is
hij
dat iemand wel
naam van
hem
zegt,
laatste
het bijna zeker
als
Ook
hier
is
van overeenkomst met
dus van eene instelling des
kerk geen sprake; en allerminst sprake van een genade-
Heeren voor
zijn
middel;
derhalve
en
uitsluit.
Het
een kranke
zalven voor de eeuwigheid. Vandaar de
te
laatste Oliesel, die reeds elk denkbeeld
Jacobus
hetgeen
maar omgekeerd om
niet sterve,
sterft,
om
geen enkel opzicht sprake van een Sacrament.
in
Dit neemt echter niet weg, dat het zielkundig motief, dat aan dit pseudo-
Sacrament
oorsprong gaf, blijvende beteekenis behoudt. Een Christen-
zijn
mensch moet
bereiden
is,
bezoekt, de bede op de lippen hebben:
doorzoek
weg
zij,
genade,
mij
en
ken
hij
niet
van
elk
dan
tot
zullen
den
zoeke,
kringen
en
aldus
bij
met krankheid hart,
mij een schadelijke
En gunt
sterfbed ten deel valt, dan
Christenmensch,
Troon
huisgenooten
hierin ter hulpe
zelf
de Heere
hem
de
plotseling door een ongeval of een beroerte sterft,
om
des
en
Lams.
op
zich
eeuwigheid voor te bereiden, zijn zonden
nemen
hem
huis of
„Doorgrond mij en ken mijn
mijn gedachten. Zie of er
maar hem een langzaam plicht
zijn
en leid mij op den eeuwigen weg." dat
een kind van God,
zal
dagelijks zijne ziel voor de eeuwigheid
en vooral wanneer de Heere
;
Daarom
niet sterven als een hond.
wetende hoe onzeker het leven
Is er
te
dit
is
het zeer zeker
zijn sterfbed
voor de
overdenken, en toevlucht
nu gemeenschap der
te
heiligen,
vrienden in Christus uiteraard den kranke
komen, er op aandringen dat
hem vermanen
hij
en vertroosten.
zich zelven wèl onder-
En
overmits in tal van
deze gemeenschap der heiligen ontbreekt, behoort zeer zeker de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's