Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 235

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 235

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XXII. HOOFDSTUK VI. scheid

ik

natuurlijk

waardoor

mijn wereld, en geraak

uit

met dat lichaam en wat zonde

in

zij

Hierdoor

bedierf.

en

om

tusschen beide trede,

lichaam

dit

twee dingen

te

doen:

1.

gebeure,

niet een terug-

en in die wereld

noodzakelijkheid, dat

de

iets

die wereld hereenigd

met mijn lichaam

aan

ellende

dan

ontstaat

met

in dat lichaam

worde. Zoo echter, dat deze hereeniging keer

een toestand die nog tegen-

Derhalve postuleert mijn sterven, dat er eenmaal

is.

ik

ik in

235

God de Heere

deze wereld en mijn

lichaam, dat ik in de wereld heb, van vloek en zonde en ellende te zuiveren; en 2. mijn

ziel

met dat

strikte noodzakelijkheid; en is

het karakter van het groote wonder dat te

tevens

hierdoor

Dus

verheerlijkte lichaam te vereenigen.

wordt dan de wederkomst des Heeren een

komen

staat

aangegeven. Door de zonde wierd èn wereld èn lichaam onder de macht

van

den

vloek gebracht.

óm

lichaam

dien

Deswege moest

vloek scheiden.

ik

den dood van wereld en

in

En wat nu gebeuren moet

dat de

is,

Messias eerst dien vloek uit wereld en lichaam wegneme, en alsdan mijn

geredde

en gezaligde

ziel

met

die verheerlijkte wereld door dat verheer-

lichaam vereenige.

lijkte

Eeeds

hieruit ziet

men, hoe diep de belijdenis van de weêropstanding

des

vleesches in heel onze Belijdenis ingrijpt

het

Paradijs,

om

en hoe ze teruggaat naar

;

God

onverbiddelijk aan deze twee vast te houden, dat

de Heere ons lichaam als integreerend deel van ons wezen schiep, en wel schiep uit het stof der aarde.

En

dat ten andere door de zonde èn lichaam

èn wereld van haar glans beroofd onder den vloek gebracht werden.

van Jezus' tweede komst en van het groote wonder dat

noodzakelijkheid

dan

wachten

te

„Het

aardrijk

De

staat, ligt

dus aan wat de Heere in het Paradijs sprak:

vervloekt

is

om

uwentwil. Stof

ge en tot stof zult ge

zijt

wederkeeren."

nu èn de vernieuwing van heel het

Beide

van

ons

lichaam

afgestorven

wordt

aardrijk èn de vernieuwing

klaarlijk,

in

Gods Woord ons ge-

openbaard.

Van

de vernieuwing der geheele aarde zegt de Heere reeds

,Ziet, Ik schep

zullen niet

heilige Apostel Petrus, dit

UI: 13: „Maar

nieuwe hemelen en een nieuwe aarde,

wij

„Maar de dag des Heeren de

hemelen

met

zullen

een

zal

komen

gedruisch

als

zullen

verwachten naar

zijne be-

dit

gewrocht zal worden

Terwijl evenwijdig

:

een dief in den nacht, inwelken voorbijgaan,

en

de elementen

en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin

zullen verbranden."

nader

in dewelke gerechtigheid woont,"

en voorts van de geweldige catastrophe, waardoor

branden

Jesaja:

nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, en de vorige dingen

meer gedacht worden," en de

uitwerkend, zegt in 2 Petr. lofte,

bij

met deze

belofte

zijn,

van een geheele

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 235

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's