E voto Dordraceno - pagina 235
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXII. HOOFDSTUK VI. scheid
ik
natuurlijk
waardoor
mijn wereld, en geraak
uit
met dat lichaam en wat zonde
in
zij
Hierdoor
bedierf.
en
om
tusschen beide trede,
lichaam
dit
twee dingen
te
doen:
1.
gebeure,
niet een terug-
en in die wereld
noodzakelijkheid, dat
de
iets
die wereld hereenigd
met mijn lichaam
aan
ellende
dan
ontstaat
met
in dat lichaam
worde. Zoo echter, dat deze hereeniging keer
een toestand die nog tegen-
Derhalve postuleert mijn sterven, dat er eenmaal
is.
ik
ik in
235
God de Heere
deze wereld en mijn
lichaam, dat ik in de wereld heb, van vloek en zonde en ellende te zuiveren; en 2. mijn
ziel
met dat
strikte noodzakelijkheid; en is
het karakter van het groote wonder dat te
tevens
hierdoor
Dus
verheerlijkte lichaam te vereenigen.
wordt dan de wederkomst des Heeren een
komen
staat
aangegeven. Door de zonde wierd èn wereld èn lichaam onder de macht
van
den
vloek gebracht.
óm
lichaam
dien
Deswege moest
vloek scheiden.
ik
den dood van wereld en
in
En wat nu gebeuren moet
dat de
is,
Messias eerst dien vloek uit wereld en lichaam wegneme, en alsdan mijn
geredde
en gezaligde
ziel
met
die verheerlijkte wereld door dat verheer-
lichaam vereenige.
lijkte
Eeeds
hieruit ziet
men, hoe diep de belijdenis van de weêropstanding
des
vleesches in heel onze Belijdenis ingrijpt
het
Paradijs,
om
en hoe ze teruggaat naar
;
God
onverbiddelijk aan deze twee vast te houden, dat
de Heere ons lichaam als integreerend deel van ons wezen schiep, en wel schiep uit het stof der aarde.
En
dat ten andere door de zonde èn lichaam
èn wereld van haar glans beroofd onder den vloek gebracht werden.
van Jezus' tweede komst en van het groote wonder dat
noodzakelijkheid
dan
wachten
te
„Het
aardrijk
De
staat, ligt
dus aan wat de Heere in het Paradijs sprak:
vervloekt
is
om
uwentwil. Stof
ge en tot stof zult ge
zijt
wederkeeren."
nu èn de vernieuwing van heel het
Beide
van
ons
lichaam
afgestorven
wordt
aardrijk èn de vernieuwing
klaarlijk,
in
Gods Woord ons ge-
openbaard.
Van
de vernieuwing der geheele aarde zegt de Heere reeds
,Ziet, Ik schep
zullen niet
heilige Apostel Petrus, dit
UI: 13: „Maar
nieuwe hemelen en een nieuwe aarde,
wij
„Maar de dag des Heeren de
hemelen
met
zullen
een
zal
komen
gedruisch
als
zullen
verwachten naar
zijne be-
dit
gewrocht zal worden
Terwijl evenwijdig
:
een dief in den nacht, inwelken voorbijgaan,
en
de elementen
en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin
zullen verbranden."
nader
in dewelke gerechtigheid woont,"
en voorts van de geweldige catastrophe, waardoor
branden
Jesaja:
nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, en de vorige dingen
meer gedacht worden," en de
uitwerkend, zegt in 2 Petr. lofte,
bij
met deze
belofte
zijn,
van een geheele
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's