E voto Dordraceno - pagina 261
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIVa. HOOFDSTUK
opkomende onreine on onheilige begeerten tegen
natuur. Alle
van
plicht
verborgene
en roeping van Gods
Christen
we ons
van
Maar
losgemaakt
maar ook wel terdege
is
juist
wij
van het
omdat de natuur, waaruit het opkomt, nog lust of gedachte is
een
teeken, dat die onheilige fontein in ons binnenste
het
feit
dat die onzalige fontein er nog
God
verootmoediging voor
God
der zonde en des doods, ons voor
rijk
vreemd kunnen houden. Elke onheilige begeerte,
tot
in het
dat uit onze eigen natuur
is,
niet
zelf,
is
niet weg, dat de vijand, waartegen
neemt
dit
hebben, een boos kwaad
te steUen
opkomt, en waaraan niet
staan,
te
kind, en dat tegenstaan
het hart, in de worsteling van ons bewustzijn en onzen
hebben.
plaats
wil
den
niet alleen in de uiting naar buiten,
moet
263
II.
is
nog opborrelt; en
en nog werkt, moet ons
brengen.
TWEEDE HOOFDSTUK. Want van binnen uit het hart des menachen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoereryen, doodslagen, drog,
dieveryen,
gierigheden, boosheden, be-
ontuchtigheid, een boos
hoo-
lastering,
oog,
vaardy, onverstand.
Mare.
begeeren
Is
mensch
hem
heb
ik
TJ begeerd,
mocht wonen
niet.
Veeleer
22.
is
de
en vervuld te worden met
zelf ledig te zijn
dat zal ik zoeken, dat ik alle de dagen mijns levens
uwe
Heeren,"
in het huis des
Als het in Psalm
zouden
kwade zaak? SteUig
en
van buiten toekomt. Als dan ook de psalmist zingt: „Eén ding
van
selijk.
om
er op aangelegd,
wat
alle
zich zelf een
op
7:21
XX:
is
die heihge begeerte zelfs prij-
6 tot den koning heet: „De Heere vervuUe
begeerten," zijn stellig geen begeerten bedoeld, die zijn.
De
uitroep
begeerte," of in Jesaja ziele," is
in
Psalm XXXVIII
XXXVI
:
8
:
„Tot uwen
:
hem
10: „Voor TJ
naam
is
maar
juist
al
is
zonde mijn
de begeerte onzer
de uitspraak niet van boozen lust maar van vromen
verzadigden,
tot
de „hongerigen en dorstigen," die dus
zin.
Niet de
en drank
spijs
begeeren, spreekt Jezus zalig. Gelijk het hert in begeerte uitgaat naar den
waterstroom, zoo dorst Davids hart naar den levenden God. zelf gij
en
wekt die begeerte op en prikkelt dorstigen, eet,
komt
tot de wateren,
ze,
en
gij
als
En
de roepstem uitgaat
die
de Heere :
„o, Alle
geen geld hebt, komt koopt
koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's