Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 261

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 261

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLIVa. HOOFDSTUK

opkomende onreine on onheilige begeerten tegen

natuur. Alle

van

plicht

verborgene

en roeping van Gods

Christen

we ons

van

Maar

losgemaakt

maar ook wel terdege

is

juist

wij

van het

omdat de natuur, waaruit het opkomt, nog lust of gedachte is

een

teeken, dat die onheilige fontein in ons binnenste

het

feit

dat die onzalige fontein er nog

God

verootmoediging voor

God

der zonde en des doods, ons voor

rijk

vreemd kunnen houden. Elke onheilige begeerte,

tot

in het

dat uit onze eigen natuur

is,

niet

zelf,

is

niet weg, dat de vijand, waartegen

neemt

dit

hebben, een boos kwaad

te steUen

opkomt, en waaraan niet

staan,

te

kind, en dat tegenstaan

het hart, in de worsteling van ons bewustzijn en onzen

hebben.

plaats

wil

den

niet alleen in de uiting naar buiten,

moet

263

II.

is

nog opborrelt; en

en nog werkt, moet ons

brengen.

TWEEDE HOOFDSTUK. Want van binnen uit het hart des menachen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoereryen, doodslagen, drog,

dieveryen,

gierigheden, boosheden, be-

ontuchtigheid, een boos

hoo-

lastering,

oog,

vaardy, onverstand.

Mare.

begeeren

Is

mensch

hem

heb

ik

TJ begeerd,

mocht wonen

niet.

Veeleer

22.

is

de

en vervuld te worden met

zelf ledig te zijn

dat zal ik zoeken, dat ik alle de dagen mijns levens

uwe

Heeren,"

in het huis des

Als het in Psalm

zouden

kwade zaak? SteUig

en

van buiten toekomt. Als dan ook de psalmist zingt: „Eén ding

van

selijk.

om

er op aangelegd,

wat

alle

zich zelf een

op

7:21

XX:

is

die heihge begeerte zelfs prij-

6 tot den koning heet: „De Heere vervuUe

begeerten," zijn stellig geen begeerten bedoeld, die zijn.

De

uitroep

begeerte," of in Jesaja ziele," is

in

Psalm XXXVIII

XXXVI

:

8

:

„Tot uwen

:

hem

10: „Voor TJ

naam

is

maar

juist

al

is

zonde mijn

de begeerte onzer

de uitspraak niet van boozen lust maar van vromen

verzadigden,

tot

de „hongerigen en dorstigen," die dus

zin.

Niet de

en drank

spijs

begeeren, spreekt Jezus zalig. Gelijk het hert in begeerte uitgaat naar den

waterstroom, zoo dorst Davids hart naar den levenden God. zelf gij

en

wekt die begeerte op en prikkelt dorstigen, eet,

komt

tot de wateren,

ze,

en

gij

als

En

de roepstem uitgaat

die

de Heere :

„o, Alle

geen geld hebt, komt koopt

koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 261

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's