Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 41

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 41

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XIX. HOOFDSTUK

God uitermate

naam

XVe

nog sterker uitkomen,

kapittel

hem

zeer verhoogd en heeft

genoemd wordt." En de

die

41

II.

gegeven een

naam boven

Paulus ons spreekt van het oogenblik,

als

waarop de Zoon het Koninkrijk weer aan God en den Vader

om

onderworpen

zelf

God

opdat

heeft,

worden Dien

te

allen

eerste Corintherbrief doet dat in het

hem

die

alle

zal overgeven,

dingen onderworpen

alles in allen.

zij

Vraagt men nu, naar welke natuur Christus deze macht en eere ontving, naar

woord:

als Middelaar,

was.

Toch

geen

eere

neming

gelijk hij

als

Middelaar heiderlei natuur deelachtig

Naar

hier een verschil.

is

dan moet ongetwijfeld geant-

of menschelijke natuur,

zijn goddelijke

zijn

goddelijke natuur kan Jezus

noch heerlijkheid ontvangen, want het goddelijke van

Toevoeging

onvatbaar.

eere

is

voor toe-

en macht kan dus alleen aan

menschelijke natuur toekomen. Daar intusschen in de vleeschwording

zijn

de goddelijke natuur des Zoons zichzelve vernederd en vernietigd had en

om

haar glans en glorie had ingetrokken,

ons ten Heiland

te

kunnen

zijn,

wierd door deze verhooging op den troon der heerlijkheid de belemmering

opgeheven,

den staat der vernedering den Middelaar belette

in

die

zijn

goddelijken luister te doen uitstralen.

Metterdaad den

geheel

perk

kon

des Middelaars.

natuur,

in het paradijs,

of

Zij

zooverre

in

zij

aan Gods rechterhand

verhoogde den Middelaar naar die natuur, zonder het eindig

ooit

één gezaligde eeuwiglijk die glorie toonen verhooging, juist door dit luisterrijk

deze

menschelijke natuur aan den Middelaar do verhoogde moge-

der

om

lijkheid,

nóch

Maar ook bood

zal.

maken

verhooging

deze

doorbreken, opvoerde tot een schittering van glorie, gelijk nóch

te

Adam

te

Persoon

menschelijke

zijn

dus

verheerlijkte

godheid in die menschelijke natuur zich

zijn

te luisterrijker

doen openbaren.

Er greep dus metterdaad een verandering van

Middelaar plaats

de

macht en

van

plaats.

Niet slechts dat de

naar den hemel opvoer, en in dien hemel de

aarde

eere erlangde;

maar ook een verandering

den

in

Middelaar zelven. Gelijk

verhoogd of

zich

hij

eerst

en vernietigd had, zoo wierd

En

die vernedering allengs plaats greep

en verheerlijkt. doet

plotseling

er

nu

vernederd

niet

of toe.

nu

De

ure

was

gekomen,

dat

hij

lang

de

gesloten knop ontlook, en de groene, geur- en kleurlooze knop vervangen

wierd

door

een

„verheerlijkt

bloem

lichaam,"

in

haar pracht en schoonheid.

Toen was

waarvan Paulus aan de Filippensen

er dat

schreef.

De

Christus in zijn glorie.

In

die

glorie

gezien, en het

is

heeft

hem

Stefanus,

heeft

hem Johannes

op Patmos

van die glorieuse gestalte dat de laatste apostel schreef:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 41

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's