E voto Dordraceno - pagina 327
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK VI.
327
gezegd, dat deze rechtvaardigmaking en rechtvaardigstelling plaats grijpt
De
genade?
loutere
uit
verklaring van deze schijnbare tegenstrijdigheid
ligt in tweeërlei beteekenis,
althans
bruikt,
die
genade of gratie
aardsch
een
bij
waardoor Hij, die
onze Schepper ons niets schuldig
als
„vrees niet Maria, want volstrekt
onder
van
Als
onder
Messias
den
God gevonden,"
bij
kwijtgescholden,
n
:
hunne benauwdheden, en dat
in
licht
maar „het
nog
gunste
volstrekt
waar
treedt,
ze naar een
dat
hieraan,
zooveel
te
zij t gij
is
worden. hij
En
heeft.
zalig geworden,"
gehouden
te
als het in
dan staat hier
Gods gave."
doemschuldig zondaar uitgaat; maar
een zondaar
bij
krasser uitkomt.
degeen
dat
niet,
te
dat het genadige van deze genade te sterker in
er tevens in,
alleen
ligt
alleen, dat
ze door zijn liefde en
hij
gewend
volk
zijn
„Uit genade
5 en 8 heet:
ligt
beduidt dit
maar
het Oud Verbond gezegd wordt: „dat
gunste ter verlossing van
zijn
Wel dit
is
vrouwen de gezegendste, moeder van den Messias
tegenover: „niet uit u,"
het
haar
Maria zegt:
tot
verlost heeft," wil dit zeggen, dat hij zonder daartoe
genade zijn,
hebt genade
straf
ons nochtans
is,
vrijmacht haar de zeer bijzondere gunste heeft toebereid,
zijn alle
benauwd was
Efeze
gij
haar
dat
niet,
God naar
om
de ongehoudene goedertierenheid Gods,
:
en geestelijk goed toebrengt. Als de engel
tijdelijk
allerlei
„Gratie" kan ge-
Maar „genade" beteekent
was opgelegd.
die bij rechterlijk vonnis
straf,
in de Heilige Schrift bijna altoos
bezit.
van de kwijtschelding van de
koning,
Op
dit
ongehoudene van Gods
zich zelf onderstelt genade
aan wien ze bewezen wordt, een zondaar
is.
Hoe toch zou anders van den Middelaar kunnen gezegd worden dat de genade Gods over
De „genade"
hem was ? (Lukas
staat
Werkverbond zijn taak,
stond,
om hem
valt elk beding,
eeuwige
mensch
vloeisel
werkzaam
op,
volbrengt
verplicht en
gehouden geweest,
En van „genade" ware
dit niet te
„loutere
dit
geen sprake.
ge-
God
„eeuwige
Nu
echter
kunnen, en het Werkverbond brak, nu ver-
nu ontgaat hem
verdoemenis, en
om hem
is
genade",
elk recht,
nu
heeft hij niets te vorderen
elke toebrenging van eeuwig leven aan
ongehoudene gunste en goedheid,
uit-
van Gods vrijmacht.
„Genade" beduidt dus, dat God het even vrijmachtig had kunnen
om
Had
vrij
„het eeuwige leven" te schenken of te onthouden.
mensch bleek
eenig
zelf
kunnen volbrengen, dan ware God niet meer
de Heere ware dan
dan
doem-
de Wet, gelijk ze in het
ik toch
dan treedt de mensch
leven" te doen toekomen. de
40).
en krijgt daardoor recht op het loon des eeuwigen levens.
de mensch dit
weest,
:
in de Heilige Schrift niet tegenover de
maar tegenover de Wet. Neem
schuld,
nu
daarom
H
laten,
u te schenken, wat Hij u schenkt, en dat de gift die Hij u desniette-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's