Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 150

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 150

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZONDAGSAFDEELING VUL

Vraag 24. Hoe worden deze Artikelen gedeeld? Antwoord. In drie deelen. Het eerste is van God den Vader en onze schepping. Het andere van God den Zone en onze Verlossing. Het derde van God den Heiligen Geest on onze heiligmaking.

Vraag

25.

Aangezien dat

er

maar één eenig

Goddelijk

Wezen

is,

waarom noemt

gij

den Vader,

den Zone en den Heiligen Geest?

Antwoord. Omdat God zich alzoo in zijn Woord geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheidelijke Personen de eenige, waarachtige en eeuwige God zijn.

EERSTE HOOEDSTUK. Gaat dan henen, onderwijst al do volken, dezelve doopende in den naam dos Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; leerende hen onderhouden alles wat ik u geboden heb. Matth. 28 19. :

Overmits

de

in

negende en volgende Zondagsafdeelingen afzonderlijk

van de drie Goddelijke Personen staat gehandeld Catechismus

nu vooraf

in

te worden, bespreekt de

de achtste Zondagsafdeeling de belijdenis van

het eenige Goddelijk Wezen, waarin deze drie Personen bestaan.

Uit den aard der zaak nu behoort de belijdenis der Drieëenheid, van de Triniteit

ofte

van de heilige Drievuldigheid,

tot de allerdiepste mj'steriën,

waarvan noch eenige Catechismus noch eenig mensch, geleerdheid, ook

maar eenige de

Niemand denke maar dat noch

er

iemand

dus, dat

er ook

wel een stukske van dit mysterie begrijpt,

maar het

ieder die zich dit inbeeldt, gaat zelf

Wie zei

:

zegt: „Tk

„Ik

overblijft.

Neen,

hij

allergeringste van verklaren, en een feil

en brengt

moet God èe^rrypm", zegt evenveel

weiger

van

allerminste verklaring kan geven.

hij, ja,

dan daarna nog een onbegrepen stuk kan

al duizelde hij

aan een God te gelooven".

feil in

als

Hoe

anderer gedachten.

wanneer

hij

lasterend

zou een klein, nietig

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 150

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's