E voto Dordraceno - pagina 515
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND.
XXVI. HOOFDSTUK
515
III.
DERDE HOOFDSTUK. Wee den,
gij
omreist zee en land,
genoot te maken; en als
maakt dan
en Farizeèn, gü geveinsom eenen Joden-
u, gij schriftgeleerden
want gij
hem
hij
het geworden
is
gij zijt.
Matth. 23
Om
den
intusschen
zoo
een kind der helle, tweemaal meer
oorsprong van het Sacrament des Doops en
beteekenis helder in te zien, moet ge nog achter den
:
15.
zijn
Doop van Johannes
den Dooper teruggaan.
Reeds vóór hem toch wierd veer
dezelfde
Heidenen
met
wijze
het
tot
als
is,
het deed, zoo dikwijls er Proselieten uit de
erfvolk des
wierden
Israël
over gestreden
hij
ingelijfd.
Heeren overtraden en
Want
zaken
komt ons
te
in de
gemeenschap
wel weten we, dat er lang en bitter
na Jezus' hemelvaart
of deze Proselitendoop niet eerst
nabootsing van der Christenen Doop
als
en gedoopt op onge-
er in Israël gedoopt,
is
ontstaan
eenen male ondenkbaar voor.
;
maar deze gang der
Met name
toch in de
beide eerste eeuwen na Christus' geboorte stonden de verstokte Joden op zulk een gespannen voet
denken,
dat
met de
Christelijke kerk, dat het ongerijmd
overgenomen. Besneden of gedoopt te
zijn,
was
juist de tegenstelling, die
Joden en Christenen onderscheidde. Voorzoover er nu secten waren, de Christenen wilden meedoen en toch Jood bleven,
Doop en Besnijdenis saamvoegden. Maar van
zij
geen sprake. Sprake valt hier van de echte Joden, al
is te
zulk een plechtigheid van de Christenen zouden hebben
zij
is
die
met
het natuurlijk, dat
zulk een secte die, fel
is
hier
en bitter tegen
wat Christen heette overstaande, allerwegen de Christenen op het wreedst
hebben vervolgd onaannemelijk
is
;
en met het oog op deze nu zeggen we, dat het volstrekt het voor te stellen, alsof
zij
het merk- en veldteeken der
Christenen zouden hebben nagebootst.
Hier bestond aanleiding noch reden voor. Te minder daar het Prosehetenwezen, zijn
na het openbaar worden der Christelijke kerk, sterk
bloei juist genoot in de beide laatste eeuwen, die
Christus voorafgingen doop, toch
blijft
slonk, en
aan de komst van
Al zwijgt dan ook de Mischna van den Proselieten
het voor ons vaststaan, dat de Proselieten gedoopt wierden,
lang eer Johannes optrad, en dat de Doop van Johannes
dezen Proselietendoop moet verklaard worden.
zelfs
ten deele uit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's