E voto Dordraceno - pagina 360
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
362
XLV. HOOFDSTUK
ZOND.
VI.
ook nu nog onuitroeibaar. Alleen de zwartgalligen en pessimisten hebben dien
naar
dorst
en
omdraagt, des
Het
uw
protest in
binnenste tegen al wat
nimmer verstommen. En de
zal
mocht weren,
.smart
men-
frisscher
nood en gebrek
te beslister zal alle
en krankheid en lijden u tegen den zin en den lust uwer
pijn
zijn.
hun hart gesmoord. Hoe
heerlijkheid in
schelijk gevoel ge in u
smart"
veranderd
zal niet in
Ga
worden.
bede
uit
uw volkomen
den rijmpsalm, of God
quasi vroomheid door u in
uw God
tot
ziele
geluk drukt,
ge
gelijk
alle
alle
„heilicf
en bestaat, en
zijt
zoo dikwijls eenige nood of zorg of beklemdheid of verdriet u drukt, stort
uw
gebed voor den God uws levens
stil
Keeds
verstaan.
uit,
Hem
en klaag
eenig kind des menschen de worsteling van
dan
beter
die
vader op aarde hindert het, als
een
uw
al
uw
nood,
hart zal
merkt dat
hij
zijn
kind een smarte kent en door een verdriet gekweld wordt, dat het poogt verbergen voor zijn vaderoor.
te
melen u
niet veeleer uitlokken,
Hem in
van u vergen, dat
is
gij
om
En uw
God
„God help
ten graf voor
zijn
die in de he-
hart zoudt opkroppen, en
maar
niets te verbergen,
hooggaanden nood het vanzelf voor
ven, die zijn
uw
al
dan ook zoo natuurlijk, dat
uit te storten. Dit is
breukeling nog met een
uw Vader
hoe zou dan leed in
God
uw
begeerten voor
elk
menschenkind
uitschreeuwt, en de schip-
mij," op de lippen wegzinkt in de gol-
hem
besteld had. In dat opzicht dus geen
beperking van wat aard ook. Ons hart moet ook in ons gebed voor onzen
God
doorzichtig zijn, en alle nood en alle begeerte van ons hart, mits die
Hem
het gebed niet als zondig wordt gebrandmerkt,
door
begeerte
kant hebt ge
gebed
alle
in stoffelijken
gelden en doorgaan niet enkel
beurtenissen,
maar
de bede
zelfs
dag
eiken
zeker
en
die
gedekt te
is
en
Ja
nog
blijft
Ge
spijze
dus
kunt, zijn,
zekerheid,
alle
niet
Gods
wil was,
om
dagelijksch brood te schenken;
dat
onze bede ons dage-
aan
tafel
gaande bidden
om
zegen op
uw
spijs,
dat er in die spijze iets giftigs schuilt, en dat go
krankheid
hebben zijn
ook
zijn
dezen en dien dag, vastelijk met Gods verborgen wil
Geen enkel gebed op verhooring
meer dan eens
toont, dat het
wij
op
brood,
toch kan het
door
leggen aan het
Dat beding toch
ontzettende en aangrijpende ge-
„Geef ons heden ons dagelijksch brood,"
:
persoon op zulk een dag
overeenkomt.
en
bij
te
geschiede.
voor elk kind des menschen aan dat vaste beding gebonden.
missen
zoo
lijksch
voor
in elk geval en bij elke omstandigheid des levens.
Immers de uitkomst een
nood voor anker
Gods verborgen wil
onomstootelijk beding, dat
moet
mag
smeeking worden gebracht. Maar dan ook van den anderen
in onze
beloopt,
stoffelijk
dan
alleen
of zelfs
uw
leven in gevaar brengt.
terrein heeft ooit of
kan
ooit de beloofde
in zooverre die bede van achteren blijkt
geweest door Gods verborgen
wil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's