E voto Dordraceno - pagina 550
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. Lil. HOOFDSTUK
552
aanbevelen;
wij
kozen
godgeleerden,
formeerde
de indeeling in zes beden, die ook
mag
en zonder overdrijving
legkunde ook op
Voor ons
voor
punt
dit
meer
al
I.
gezegd, dat de jongere uit-
ons, Gereformeerden, in het gevlei komt.
het afdoende bewijs tegen elke splitsing van de zesde bede
ligt
van deze bede ver-
in tweeërlei. Vooreerst hierin, dat de twee geledingen
bonden
voegwoord
staan,
eischte,
zou het slot niet door maar, maar door
en aan het voorafgaande moeten verbonden
van
eenheid
de
maar ook de
we zagen,
Gode toch die
doet
Jezus
in
voegt er
bijvoeging
:
als gericht
„maar
om
verlos ons
is
laat dezen drinkbeker
dan dat
:
van den
die gedachte,
alsdan „van den Booze" verlost te worden. Gelijk
Gethsemané bad: „Vader,
bij
op het on-
uitvloeisel uit de overweging, dat het
er bijvoegde:
„tenzij
ik
hem
van mij voor-
drinke," zoo ook bidt
„Vader, laat de verzoeking van mij voorbijgaan," maar
:
uw
„indien het
wil
is,
over aan mijn eigen machteloosheid,
Het
maar twee geledingen
niet één,
maar
Gods kind
hier
ten andere staat de
believen kon ons in verzoeking te leiden, en het
roepen,
bijgaan,"
De
dan ook niets dan een
is
En
den aard van deze twee beden,
uit
derwerpelijke zielsheil, voortvloeit.
Booze,"
zijn.
bede voor ons vast, omdat niet alleen de zesde,
zesde
vijfde bede, gelijk
wat
heeft, iets,
óf zonder
óf indien deze bede, als zijnde de
vorige,
alle
gelijk
voegwoord
een
laatste
Een nieuwe bede zou
door het woordeke „maar."
zijn
er mij in te leiden, laat mij
maar
verlos mij
dan niet
dan van den Booze."
alzoo ééne gedachte, één zielsnood, ééne toevluchtneming, en dies
is
kunnen het
beden
niet twee
men
Gelijk
zijn.
weet, worden de woorden
m. op Luthers
:
„Verlos ons van den Booze,"
voetspoor, nog steeds door velen vertaald
:
o.
„Verlos ons van
het booze," en dus niet op den Duivel toegepast. Bij Luther althans ge-
schiedde dit niet, omdat
Dat
hebben.
woorden aan velen
zelve
den
niet
Booze
met hem
woorden
:
Luther
deed
niet
hij
allezins.
uitwijzen, of
in het
aan de inwerking van Satan geloofd zou
Maar overmits
men
in
den grondtekst de
aan het booze in het onzijdig, of
manlijk heeft
te denken, koos Luther, en
voor het onzijdige geslacht,
omdat
kozen
ze achtten, dat uit de
„Leid ons niet in verzoeking" genoegzaam bleek, dat hier van
geen Satanische verzoeking, maar van een verzoeking van Gods zijde sprake was.
Toch was
gelijk ons
dit,
nader blijken
zal,
verkeerd gezien, en onze
Gereformeerde godgeleerden hebben ook hier de juiste vertaling geleverd, door
over te zetten
:
Satanische verzoeking
overkomt. verzoekt,
Zijn is
verzoekingen
en
„Maar is
Goddelijke blijft
van
verlos ons
van den Booze." Immers ook de
niet een verzoeking, die ons buiten
raadslag
gaat over
alles.
Ook
Satan een instrument des Heeren.
minder
rechtstreeks
Satanischen
Gods
als
bestel
Satan ons
En omgekeerd, in
aard,
komt toch de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's