Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 66

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 66

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XIX. HOOFDSTUK VI.

66 een

zulk

de

der verschrikking en der ontzetting eer verhardt en

prediking

conscientie

dan

toeschroeit,

dat ze machtig zijn zou,

om

van zonde

af te houden.

Als er metterdaad een macht was, die u door schrik van zonde afhouden

en heiligen kon, waartoe dan de Middelaar, waartoe dan het genadewerk?

Het zou

dan

meer door het Evangelie

niet

zijn

dat we zalig wierden,

maar door de Wet. Heel dat sj'steem van verontrusting der gemoederen met de verschrikking der

hel

dan ook steeds door ons. Gereformeerden, verworpen.

is

we

voorstelling die

de persoon

van

hem

hem

en

en

op

schier wierd het oog gericht.

men nu

Christus, dien in

handen

Zoo ging

lot

men hem

aangekleefd of

voor eeuwig zou beslist worden.

drang van de Wederkomst en van het Oordeel er op

alle

tot geloof

eens anders zou worden. Dat eens diezelfde

dit

voor niets rekende of tegenstond, blijken zou aller

hebben, en dat naar gelang

te

verworpen had, ons

om

Het moest klaar

oordeel toefde, dien Christus nog wel voorbijgaan

dit

en verwerpen kon, maar dat

lot

Op

Christus en niet ons werk op den voorgrond.

alleen

zoolang

nu,

de Schrift over het oordeel opnamen, stond steeds

uit

den

voor aller oor uitgeroepen en voor aller oog geteekend, dat

duidelijk

men

de

Bij

manen, en wel zeer bepaaldelijk

te

uit

Christus

tot geloof in

Jezus. Het was één rustelooze prediking van de ontzettende waarheid, dat

wie

Jezus

voor

hem

wie tegen

spoedigheid

eeuwige zaligheid voor zich had

koos

partij

maar dat

;

het op dorst nemen, zelf oorzaak van zijn eeuwige ramp-

wierd.

Het was een

prikkel voor de vreesachtigen, die thans

om hen

te

straks zullen juist

zij,

die

voor Jezus kozen, de geëerden en verheerlijkten zijn." Het drong

al

om

Jezus

den

smaad en het

doen begrijpen: „Dit

van

God

almachtig oordeel

dit

diezelfde

dit

ten

als

Hij

oordeel

is

zit

niet aandorsten,

volk tijd,

daar

maar

op

den

rechterstoel, en het

nog niet zoozeer, dat een alwetend en

de conscientie oordeelt, dan veelmeer, dat

leste

rechter

Man van

Gods

slechts voor een

is

middelpunt.

als

aangrijpende

van

lijden

in

het

gestoelte

van macht en eere

bij

zitten zal,

smarten, die èn Sanhedrin èn Gabbatha eens

als

een

gevloekte hebben geoordeeld.

Zoo werkt dus den

en

strijd

die

Wederkomst, dat Oordeel rechtstreeks terug op heel

van Christus' kerk, op heel de

positie

van

zijn

volk op aarde,

op heel het bange drama, dat nog altoos tusschen de liefhebbers en

verwerpers van den Christus wordt afgespeeld.

Het

is

niet

maar nu een voorttobben en kwijnen; en eens

is

het uit;

en dan komt ook nog een oordeel. Neen, maar, omgekeerd, op dat oordeel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 66

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's