E voto Dordraceno - pagina 286
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXII. HOOFDSTUK XIII.
286
Gunne men
ons dit nu over te brengen op de samenstelling van het
Boek der Openbarigen. Ook
Boek
dit
één machtig epos
is
alleen
;
maar dat
het ons zingt van een worsteling, die nog niet had plaats gegrepen,
nog
komen stond en eeuwen lang zou
te
duren, tot ze in de laatste hef-
tige uitbarsting tot een finale beslissing zou leiden.
of
tafereelen
daarom
en
episch-profetisch
Boek,
apocalytisch
machtige,
deze
uit
van den
benarring
en
wordt,
ontsloten
biedt ook dit
ons een reeks episoden
waar het Boek met de
op aarde midden in de bange
beurtelings
Het
strijd.
Daarom
ontzettende worsteling. Het ver-
deze
plaatst ons beurtelings in het Paleis onzes Gods,
zegelen
maar
ons de woeling van den vijand voor
stelt
oogen, in wat de Draak en het Beest en het Beeld en heel zijn aanhang
Het
machineerde.
openbaring
ons
laat
de
Gods toorn
van
uitwerking
verschriklijke
de
die
zien,
haar onderscheidene momenten op aarde
in
en in heel het zichtbare heelal uitwerkt. Het schildert ons de toestanden, die
de
Gods
kerke
onder
deze
worstelingen
doorleeft.
Het maakt ons
getuige van het deel dat de gezaligden in den hemel in deze worsteling
Het
nemen.
ons
stelt
tot
onzen troost voor oogen met wat koninklijke
majesteit de Christus, door zijn engelen omstuwd, in dezen strijd optrekt.
Het
de verademing en vertroosting, die gedurig, reeds na
ons
schildert
gedeeltelijke overwinning,
schappij
die
met
zij
Gods volk met
hem
zijn
En
uitoefenen.
machtige trekken, de eind-catastrophe, die
wat
Koning smaadt, en de heereindelijk teekent het ons in
in
overweldigende majesteit
al
voorafging zal te boven gaan; tot eindelijk het hemelsch Jeruzalem
neerdaalt en de belofte Gods voleind wordt.
Toch
schildert het ons deze tafereelen niet bont dooreen,
vaste orde en in een saamhang, die niet wilkeurig gekozen
het
zijn,
verloop en den aard van deze worsteling hun grond vinden.
het teekent ons die tafereelen niet
maar
af,
maar
met
juist
precies
dit
wijze
maar
En
zal,
en volledig was. Maar
in
ook
van vermoeden en op den
juistheid van den kenner, die alles weet; zoodat
de
achteren eens heel de kerk zien
komen
bij
in een
gis
van
hoe elke trek in deze tafereelen vol-
als
ge nu gaat vragen: „Wanneer
en wanneer dat vervuld en wanneer
zal
dat
is
komen?" en de
cyfers op den tel gaat nemen, dan miskent ge op eenmaal den aard van
deze
Apocalypse
en
verwart
ge
haar
met een
vooruit
opgemaakte
kroniek.
En
dat nu
mogen we
niet.
terstond een aanvang nemen.
den" (Openb.
1
:
1).
D. w.
Duidelijk zegt de apostel dat deze dingen
Het z.
zijn
dingen
„rf/e
haastelijk moeten geschie-
de machtige worsteling, die
in deze profetische
tafereelen geteekend wordt, zal niet eerst over honderden jaren pas begin-
nen,
maar ving terstond reeds
in de eerste
eeuw aan. Nog gaat
die wor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's