E voto Dordraceno - pagina 246
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. X. HOOFDSTUK V.
240 koninklijke
en
wil,
onzichtbare
die
wil,
werkt
grondoorzaak van alles wat dag aan dag plaats
ongezien door en
schepping bestaat rad noch veer,
die
maar
electrische drijfkracht,
zulk een element,
en
is,
er
dus
in
uit zijn
En omdat ding
alle
noch cylinder, stoom noch
spil
elk element in die Natuur, en elke kracht in
mond
was, en die wil
paleis
;
en
alle
deze Koning nu in wijsheid en doorzicht volmaakt
dat
geschieden moet doorgedacht heeft, heerscht
de wet waardoor
is
zijn
uitgaat, tot aan de uiterste einden
Paleis zijner Schepping orde, en zijn wil
dit
Ook
de Heere.
deze krachten wachten eiken morgen en lederen
alle
avond op het bevel dat der Schepping.
nu
is
een dienaar, een knecht Gods in
is
elementen en
deze
de
grijpt.
Zulk een Koning in het Paleis zijner Schepping in
is
alle
is
en
wat die
blijft
deze elementen en krachten zich
bewegen.
Van
een ingrijpen in den loop der dingen
loopt door Gods alzoo
wil,
en zoodra Hij ook maar één oogenblik ophoudt het
loopt
willen,
te
dus geen sprake, want niets
kracht buiten God, maar alles loopt eeniglijk gelijk het
een
door
loopt
is
het
niet
meer; of zoo Hij het anders
loopt
wil,
het anders.
Het Wonder kan en mag dus ingrijpen, het is niets anders
ding uit
anders
wil,
uw hand
nooit voorgesteld als een stoornis, of een
dan dat God op een gegeven oogenblik zeker
Hem
dan het dusver door
alleen doordien
God
Een
gewild was.
wil dat die steen,
vallen zal, en dan trekt Hij zelf dien steen naar beneden
God morgen valt
eenvoudig
niet,
hij
Wanneer
trekt.
Hij trekt zelf
op de
gij
macht Hij
u in deze diepte naar beneden
;
God
Hem
zelf hield
maar toen
God even
Jezus, en straks
vrij machtig
dat de
én Jezus én Petrus met diezelfde
zijns willens op.
de Almachtige, de Alwillende, de Alwerkende God.
is
en het
maar wanneer
steen, dien
Petrus, op de zee wandelden, wilde die zelfde zee hen dragen zou en
;
uw hand loslaat, niet valle dan omdat God hem niet meer zelf naar beneden zee wilt loopen, wil God dat gij er inzinkt en
een
dat
wil,
steen valt
eenmaal losgelaten,
is
er.
bestaat
Hij gebiedt en het staat er
er.
Hij spreekt
Niets weerstaat zijn
wil.
Voor
dus geen wonder. Als de Schelfzee doorvloeit in haar
bedding, bruisen haar wateren door Gods kracht, en zoo die kracht Gods
hen
een
Hij
wil dat de Schelfzee als een
ze
dit
oogenblik
niet
liet
bruisen, zouden ze
stil
muur van wateren
zijn.
als
evenzoo, en niet anders, door dienzelfden wil en diezelfde kracht
van onzen God. Het Manna dat in de woestijn regende, lijker
Maar ook
op zal loopen, doet
voor
Hem, dan
de tarwe die Hij door
aarde laat groeien. Al het wonderlijke
zijn
ligt alleen in
is
niets
wonder-
wil en kracht uit de
ons besef en in ons
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's