E voto Dordraceno - pagina 553
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXVI. HOOFDSTUK
ZOND.
Hoofd
zijn
als
leeft
hem
en dat ook
;
van
als lid
Hoofd
die Heilige Geest, die zoo voor het
komt
van de erfzonde zegt: „Zij gedaan," een zegswijze, goed
mits
toch,
Reformatie
een
de Christelijke
leerde
is.
te niet
altoos raadselachtig schijnt, en die
nog zoo
dit
Geloofsbelijdenis in art. 15
waarom onze
die velen
toe-
de leden van
ook door den Doop niet ganschelijk
is
verstaan,
Lichaam alsnu
dit
als voor
Lichaam de inwonende en bezielende levensgeest
Hieruit verklaart zich tevens,
553
VIII.
gedachte uitspreekt.
rijke
Vóór de
de eeuwen, die het naast aan
kerk in
de Hervorming liggen, dat de erfzonde metterdaad door den Doop geheel
De
weggenomen.
wierd
betuiging
van
15 houdt dus allereerst een
art.
protest in tegen deze onware voorstelling, die voort was gevloeid uit een
zeer ondiepe beschouwing van de erfzonde, als ging deze eigenlijk buiten
onze natuur om.
Neen,
beleden onze vaderen, de erfzonde
zoo
wel terdege een diep
is
kwaad, en daar de wedergeboorte niet plotse-
in onze natuur ingedrongen
maar ons
ling onze geheele zondige natuur in een reine natuur herstelt,
aan onzen dood
tot
toe,
met de opwellingen
worstelen geeft, kan het niet waar
zijn,
in ons zou zijn uitgeroeid.
Doop geheel wordt
erfzonde door den heiligen
min moogt ge zeggen, dat de
heilige
onzalige fontein te
Doop geheel
de uitwendige toediening van den heiligen
met wortel en tak
uit deze
wat de scholastiek leerde, dat door
Het
dit
booze kwaad
dus niet zoo, dat de
is
te niet
gedaan.
Maar even-
Doop ganschelijk geen afbreuk aan
de erfzonde doet.
Ze wordt door den Heiligen Doop wel
Wel
deele te niet gedaan.
een
waant,
dat
waarlijk heeft de heilige
werking,
rechtstreeksche
hoeverre de heilige Doop deze erfzonde tiiet
vernietigt.
Nu
Doop
als
geheel
te
terdege springt.
bij,
niet gedaan,
al
noch
Doop
maakt de zinsbouw, dat
Er volgt toch op
:
wordt."
En
zelfs
door den
Doop
gelijk uit
een onzalige fontein."
wel op de erfzonde werkt, staat er wel
„Hoewel
zij
dit
minder duidelijk
zijn
oog
genade en barmhartigheid
ten andere door de bijvoeging, dat
van hun verdorvenheid erlangen en hierdoor zuchten lichaam des doods verlost te worden."
in het
nochtans den kinderen Gods tot
verdoemenisse niet toegerekend, maar door
gegeven
Doop haar
uitgeroeid, aangezien de zonde daaruit
weer opspringt,
altijd
hoeverre de
in
dus maar in
geeft de Geloofsbelijdenis op het laatste een duidelijk
opwellend water
Maar ook
is
en in hoeverre deze
antwoord; want ze zegt: „Zoo wordt de erfzonde ook niet
zoolang ge
niet,
De vraag
laat. ivel
ten
ook op de erfzonde
en ge verstaat den Doop
de erfzonde ongedeerd
deze
maar dan toch
niet geheel,
zij
leeren,
„het gevoel
om van
dit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's