E voto Dordraceno - pagina 235
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIII. HOOFDSTUK
237
II.
voor de waarheid Gods. Beiden toch hangen in den wortel van ons bewust-
wel terdege saam. In hem, die alleen zeggen kon
zijn
menschen „geen bedrog
tot in zijn bloed beleed, én dat er onder
Gods
mond gevonden
zijn
van
loochening
Wie
ineen, én dat hij de waarheid
met noodwendigheid
beide
vloeide
heid,"
als
leugen onder menschen, denken.
noch onwaarheid tegen elkaar
te liegen,
En
den „Waarachtige."
in Christus is ingelijfd, is in
Paulus roept de leden der kerk van Epheze op,
tel
in
het rijk der heerlijkheid laat zich zoomin
In
is."
waarheid Gods,
de
„Ik ben de waar-
:
om
de heilige apos-
niet tegen elkander
„omdat ze elkanders
te spreken,
leden zijn."
Doch ook
houden we aan
al
verband vast, toch hebben we ons
dit
bij
het negende Gebod uitsluitend tegen de leugen onder menschen te keeren;
en zulks wel eerst tegen de leugen in haar algemeenen vorm, en daarna tegen de leugen in haar bepaalden vorm vaii valsch getuigenis. Dat valsch getuigenis bespreken
we daarom
een volgend hoofdstuk, tegen de leugen
in
onder menschen in haar algemeenen vorm keeren we ons thans.
beginnen we met de verdichting. Het hoort toch
En dan
schelijke natuur, dat
we
hetzij
dat onze verbeelding ons
hetzij
dan
van
kelingen
nu zijn
of buiten
ons denken ons toestanden en
door
toestanden
Gods
naar
oogen pogen
voor
te
God schept
kan
in
m
Omdat
toch
bron waaruit vindt
in
de
of
alle
verdichting.
nabootsing
en nu reeds
Christus' wederkomst ingaat.
vermogen
dit
is
maar
vermogen dan
des
God
die
zelf bedient zich
menschen,
als
boven de natuur
der heerlijkheid, dat eerst
dan ook herhaal-
Hij zijn openbaring geeft
het
verdichte
maar
dan ook
nooit den indruk poge te
en veeleer
tegenstelling
maken van
met de
bestaat,
uitkomen.
Het verdichte onderstelt dan het werkelijke
uit,
terwijl
werkelijkheid.
de
leugen
zijn
dit
geheele
in de waarheid en buiten de leugen,
tcerkelijk
boven
ons geschapen
droomen en gezichten en verrukkingen van zinnen. En
terrein der verdichting hgt
mits
natuur,
der
gaat,
dit
Feiteüjk
iets grijpt uit dat rijk
met
door
bij
schept, heeft Hij ook
kunst opkomt. Een kunst, die alzoo niet haar
uit
van
Deze verdichting
dichtkunst op berust.
alle
God de Heere
ontwik-
de werkelijkheid, en dat de mensch alleen scheppen
verbeelding
de
de
delijk
stellen.
allerlei
een scheppend vermogen gegeven; alleen met dit verschil,
dat
ideaal
beeld.
onze men-
droom, beelden voortoovert,
een vermogen, ons door God gegeven, dat hoort
is
den mensch
ook
we
m
op zichzelve een heilige gave Gods, waar
is
Het
dat
tot
buiten de werkelijkheid om, iets verdichten kunnen;
iets
dat
werkelijkheid doe leven, en gaat er
zich poogt te zetten in de plaats van de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's