Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 227

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 227

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. X. HOOFDSTUK

221

II.

onafwendbaar Iets

altoos de bekentenis, dat er zulk een vreeslijk,

schier

waartegen

bestaat,

zelfs

met hen

deernis

de goden niets vermogen

hebben

het zoo moet, en

dat

zoodat de goden wel

;

wel deernis met de

zij

goden hebben, dat deze zes heilloozen raadslag moeten uitvoeren

maar de

oorzaak van wat geschiedt, en waaraan mensch en goden onder-

diepste

worpen

En

;

dan toch altoos het Noodlot.

blijven, is

nu wel

zie

hoe sterk de menschelijke geest, juist uit heilige

in,

beweegredenen, naar zulk een Noodlot, waartegen ook God niets vermogen zou,

Want

drijft.

ge

als

van

en

zaligheid,

om

gemakkelijker,

doen

Het

kan.

duizenden

o,

dan

is

het zooveel

dat dit komt doordien God, overmits een

uw

van

gaan,

verloren

die

lot hiertoe

noodzaakt, er niets tegen

dan ook de slechtste zielen niet

zijn

en hoeveel

er bestaat,

van een Duivel, en van een eeuwige ramp-

te onderstellen,

noodwendighcid

ongeziene

jammer

hoeveel

ziet

zedelijke ellende, en ge leest

in welke

al

zulke

overwegingen opkomen, en Gods kinderen loopen zeer ernstig gevaar hierin

om

eerder verstrikt te raken, naarmate ze te volstrekter aan Gods

te

souvereiniteit gelooven.

Wie op den

vrijen wil het rad des levens zet, heeft aan dien uitweg

geen behoefte, maar wie alle

Gods

zeggen, als zou onze wil

wil beheerschen, ijdel

Gods

hoe

lijkheid,

dwaas

geleerd

Gods

wil regelen, en niet

is,

dat

wil otizen

die staat altoos voor die ontzaglijke moei-

is,

kan

zóó

het

wil

Woord

en wien uit Gods

inziet,

willen, als

we het

zien

;

en dien

wenkt dan de booze demon van het Noodlot.

En blik

toch godvruchtiglijk kan

aan

voet geven

want door dat

;

maar om op

moeilijkheid,

Het

Hem

boven

dat

Hij, zelf

nimmer ook maar één oogen-

nooit of

te doen, raakt

God onderworpen zou

men dan

hetzelfde oogenblik zijn

toch vanzelf:

spreekt

dat

men

een noodwendigheid, waaraan

zulk

Een God,

was, zou geen

wel schijnbaar uit de

God

verliezen.

te

die afhankelijk zou zijn

God meer wezen. God

aan niets onderworpen,

te

schepselen,

ten

minste

hebben,

we

zijn

tot

En wat nu

af,

is

dien

we kunnen eeren en

die wijze niet eens iets

afhangen, dat

lief-

van een levend als

een rots of

een stommen, zielloozen hinderpaal zou wezen.

de Fortuin aangaat, zoo handelen we nu hier niet van de

bepaalde spotters of godloochenaars, die

geen God

men Want immers,

wel onvrij en afhankelijk, maar wij hangen dan

nog van een levend God

maar God de Heere zou op

Hem

iets

aan zich onderwerpt. Ja,

alles

God, maar van een dom onpersoonlijk blok

van

zijn zegt juist,

zou God den Heere daarmee verlagen, tot onder den mensch. wij,

zijn,

en

alles bijgeval

gaat

;

feitelijk

driestweg zeggen, dat er

want dezulken bereikt ons werk toch

niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 227

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's