E voto Dordraceno - pagina 512
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
512
XXVI. HOOFDSTUK
ZOND.
II.
van den Heiligen Geest, noch ook dien Heiligen Geest
men nu met
Stelt
dan volgt en dat,
hieruit, dat ook onze
Doop
Doop van een Sacrament geen sprake kan
lijn,
dan een doopen met water
niets
van den Heiligen Geest ontbreekt, ook
elke werking
wijl
tot voertuig diende.
dezen doop onzen Christelijken Doop op één
bij
is,
onzen
Staat eenmaal vast, dat
zijn.
een Sacrament bestaat, èn uit het zichtbaar teeken èn uit een geestelijke daad, die door dit teeken wordt afgebeeld, dan kan de daad des menschen alleen iets,
en
Sacrament maken.
nooit tot een
iets
op
eerst
het alleen dan, als Christus uit den hemel de werking van zijn
is
Heiligen Geest doet uitgaan en is
Een Sacrament wordt
met het teeken
in
verband
zich zelf niets, deze werking van den Christus
zijn
stellig
ook
aan
om
gebod,
Het teeken en alleen
alles;
teeken aldus aan te richten, geeft in zooverre
dit
Nu
teeken waardij.
dit
is
zet.
kan er geen geschil over
rijzen, of
de
waterdoop van Johannes ging op dat eigen oogenblik niet van deze werking
van den Heiligen Geest verzeld. Hij doop
„Ik
met
wel
Begint anders
men nu
noch
om
de fout
meerders
is
die
na mij komt,
te zeggen,
d.
i.
des Heiligen
van den Christus."
dat onze Christelijke
Doop
niets
dan deze Doop van Johannes, dan gevoelt ge
hiermee ook van onze Doop verklaard zou worden, dat
hoe
terstond,
maar het doopen met het vuur
water,
komen van hem,
Geestes kan eerst
zelf betuigt het zoo duidelijk mogelijk:
hij
van elke geestelijke werking des Heiligen Geestes geheel ontbloot, en dus geeti
Sacrament was.
We eischt.
blik de
stuiten hier dus metterdaad op eene moeilijkheid, die haar oplossing
En
deze oplossing nu kan niet beter gegeven, dan door een oogen-
aandacht
pelen bediend
op den Doop, die door Jezus en
te vestigen
voor den Pinksterdag. Hierbij toch
is,
rijst
zijn
disci-
vanzelf de vraag
deze voor den Pinksterdag door Jezus en zijne discipelen toegediende
of
Doop en dan verzeld ging.
waarop
we
van een rechtstreeksche werking van den Heiligen Geest
niet
En dan moet
buiten kijf geantwoord
Later dus pas
;
zij,
niet toen reeds.
niet,
die in
werken
telkens
in
Waarom
39,
Jezus sprak toch
geloofden, ontvangen zouden.
Jezus' hemelvaart.
gesprekken
na de
Geest, die
Jezus
bij
den Doop hoort, eerst
zelf getuigt het zijn
instelling
ik
hem u van den Vader
dit zoo was, blijve
jongeren
van het heilig Avondmaal:
„Indien ik niet wegga, kan de Heilige Geest niet komen,
wegga, dan zal
:
overmits Jezus nog niet verheerlijkt was." Hieruit volgt
«a zijn
hem
Vu
„Want," zegt Johannes, „de Heilige Geest
dus, dat de werking van den Heiligen
kon
Neen. Johannes
straks reeds wezen, geeft hier het bewijs.
van den Heiligen Geest, dien
was er nog
:
maar
indien ik
zenden."
thans onbesproken, genoeg dat èn het ge-
tuigenis van Johannes den Evangelist en het getuigenis door Jezus zelven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's