E voto Dordraceno - pagina 246
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXII. HOOFDSTUK VIII.
246
hetgeen te komen staat. Evenmin geldt een beroep op Lazarus, overmits
Lazarus
tweeden
ten
lijken tred hield
male gestorven
en
is,
met de opstanding ten
ïijn
opwekking
in niets ge-
En wat
laatsten dage.
ding van Christus aangaat, zoo wordt grif toegegeven, dat
de opstan-
dit wezenlijke
opstanding was, en ook dat metterdaad uit het graf opstond, wat er was gelegd;
in
zoo
dat de wonden in de zijde en de openingen in de
zelfs,
handen
doorboorde
niet
ome
deze opstanding tot de
waarin
op
Jezus
aarde
maar toch gaat het
ontbraken,
te besluiten. Vergelijkt
om
niet op,
men
uit
toch de gestalte
door de Emmausgangeren, en waarin
Damascus en door Johannes op Patmos
hij
straks
door
Paulus
blijkt
op overtuigende wijze, hoe Jezus' lichaam na zijn opstanding, onder
bij
hemelvaart
zijn
Fil.
III
dit
was,
en
25
:
heeft ondergaan
zegt, niet dat
toen
we
's
Vaders
terwijl
;
gezien,
dan
rechterhand nog een
Paulus uitdrukkelijk
in
zullen zijn aan zijn lichaam gelijk
gelijk
maar gelijkvormig aan
opstond,
hij
aan
zitten
zijn
in
verheerlijking
gestadige
is
zijn
verheerlijkt
lichaam."
Ten derde en
de zahgheid zou kunnen beërven. Niet alsof we perken willen
bloed
aan de almacht Gods; maar omdat niemand recht heeft de door
stellen
God
deze voorstelling af op de onmogelijkheid, dat vleesch
stuit
zelf gestelde
we
waarmee
kind
te
schuiven.
gezaligd
met
de terugkeer van
dit
al
zijn
:
„Wie
en ook: „Ik heb verlangen
hemelsche
komen male toch
genieting
al zijn zielzucht
af
op
sterft
beider soort
bij
worden,
ziel
in dit
zal mij
om
„lichaam der zonde" zou terstond
En waar
het immers het roepen van
verlossen van het lichaam dezes doods,"
ontbonden
te
worden en met Christus
te
in
de
gemeenschap met
zijn
Goël heeft ge-
was ?
ten vierde eindelijk stuit deze grove, zinlijke voorstelling ten eenen
lichaampje
voor
te
terug zou keeren in datzelfde lichaam des doods, waarvan af te
smaakt,
En
zoo zou het enkele
hoe wilt ge daar dat een gezaligd kind des Heeren, dat reeds eeuwen-
zijn,"
lang
zijn,
„lichaam der zonde" hereenigd
de oude ellende hernieuwd worden. is
overmits nu onze lichamen
van God doen sidderen en beven van angst. Immers
een
Gods kinderen
En
„de lichamen der zonde"
weer met
van
denkbeeld
perken weg
sterven,
een practische onmogelijkheid van tweeërlei aard. Vooreerst de
is,
ééne
mensch reeds
in
de wieg, als er nog haast geen
en de andere in volwassen staat.
Nu
menschen gerekend, en mag dus geen
moet natuurlijk met regel gesteld, die wel
de volwassenen door zou gaan, maar zou afstuiten op de duizenden
duizenden die zeer jong stierven.
Immers
wichtjes, die op
En
dit
toch zou hier het geval
den eersten of derden dag huns
zijn.
levens stierven
zouden kunnen staan nog gaan, noch ook eeuwiglijk in zulke miniatuur-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's