Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 242

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 242

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XXII. HOOFDSTUK VII.

242

met de

de Heilige Schrift

graf

Met

bedoelt.

met den

sjeol^

woorden

elk dezer

is

niet de hel in eigenlijken zin

maar dan toch de ingang van de

aangeduid;

met de groeve en met het

kuil,

nog

het voorportaal, dat

poort,

eens op die hel uitloopt, en dat daarom niet zoo ten onrechte door onze

breede

een

steden

men

welke gang

dan

komt,

met het

vaak

Bijbelvertalers

poort

die

is,

ook

niet op:

maar eenvoudig: Gevangenis

kerker,

zeer goed, dat de 2^oort iets anders

dan de kerker

En

zelf.

het „graf" de hel,

Poort van de gang van den

is

dan de gang en de gang

weten we anders

iets

Schrift herhaaldelijk

weet elk Bijbellezer daarom zeer wel, dat het graf

al

nog slechts de poort

Als er in onze

of kerker of tuchthuis, al

nu ook noemt de Heilige

zoo

^).

toegang geeft tot een lange gang, door

daar

wij

hel is overgezet

een kerker of gevangenis of tuchthuis terecht

ten leste in

zetten

woord

en dat daarachter de lange gang zich in kuil en

is,

groeve ontsluit, en dat eerst daarna de plaats der afgrijzing komt.

Men

hier dus volstrekt niet

behoeft

oude Joden

spreken. Eer

te

van een spraakverwarring

de spraakverwarring

is

zich zeer juist en zuiver uit. Zij gevoelden zeer goed, dat al ging

om

God,

naar

zich

aanging

lichaam

met

de

bij

ons en drukten

bij

eeuwige vreugde te verblijden, ze toch

hun

zij

ziel

wat hun

wel terdege in het graf, naar den kant van de

zelven

Ze beseften uitnemend, dat ze wat hun lichaam aangaat, in

hel gingen.

dien kuil en in die groeve te vertoeven hadden, totdat de Heere hen uit dien

kuil

weer zou uitroepen. Ze doorzagen uitnemend, dat aangaat,

lichaam

het

zouden

zijn

dalen

kuil,

in

die groere

der vertering,

bang

kuil een

iets

saam

dit neer-

was, een aankloppen aan en doorgaan

de poort, die door kuil en groeve eens in de hel zou uitloopen, en

door dat

dien

voor wat

met de boozen en goeden. Ze wisten uitnemend, dat

den

in

in

ze,

alleen

uitredden.

afscheiding

Gods genade en wondermacht hen

En

eindelijk,

van

hun lichaam wel

in

kunnen

uit dien kuil zou

ze leden er onder, dat ze al dezen tijd

van hun

den geest nabij hun God zouden

maar dan toch het lichaam, de openbaring, de uiting van persoon missen zouden, en dus den Heere hun God niet met hun lippen zouden zijn,

kunnen

loven.

groeve, en vandaar ook

U

hun

Vandaar

hun

gestadige klacht:

graf,

hun vreeze voor de

„In den kuil, o God, zal

niemand loven!"

Wel

verre

van

vaderen verzameld

uit de te

B.

V.

waar sprake

in de hel niet verlaten.''

is

hoogte op deze sombere gedachte „van tot de

worden" en „in den

zal de Christelijke kerk

')

gruwen van het

vau

kuil neder te dalen" neer te zien,

dan ook wel doen, zoo ze de beteekenis van het

,.een

levend ter helle varen" of in Ps. 16

:

10. „Gij zult

mijn

ziel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 242

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's