Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 237

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 237

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XXII. HOOFDSTUK VII.

geschapen heeft, zoowel een onzichtbare of

een zichtbare of

geestelijke, als

en dat deze beide werelden eeuwigdurende beteekenis hebben.

stoffelijke,

De nog

237

tamelijk veel voorkomende voorstelling

dat alleen de geestelijke

is,

of onzichtbare wereld een blijvende beteekenis heeft, en dat de zichtbare

we thans

of stoffelijke wereld, waarin

leven, slechts een tente

is,

die voor

een tijdlang dienst doet, maar die straks als de eeuwigheid ingaat, weerkeert tot vernietiging

meer gedacht

;

dan ophoudt

die

Maar de

zal worden.

En waar

niet weer te niet.

het

;

en

eeuwigheid niet

in

Heilige Schrift verbiedt ons zulke ge-

van de schepping onzes Gods

dachten

bestaan

te

Hem

te koesteren.

behaagd

Zijn schepping gaat

heeft, die

schepping eenmaal

tweezijdig, deels geestelijk en deels stoffelijk, in het leven te roepen, daar

het zijn glorie, zich eeuwiglijk in deze dubbele of tweezijdige schep-

blijft

ping

verheerlijken.

te

Want

wel zegt de Heere Jezus, dat „hemel en aarde

zullen voorbij gaan," in tegenstelling

maar de

blijft,"

met „het Woord van God, dat eeuwig

God scheppen

duidelijke profetie, dat

hemel en een nieuwe aarde" verbiedt

ons,

maal gansch geen hemel en geen aarde meer anders

niet

bedoelen,

zal

„een nieuwen

op te vatten alsof er een-

dit

zijn zal.

Jezus kan hier dus

dan dat deze aarde en deze hemel, in den vorm,

waarin die thans bestaan, zullen voorbijgaan,

om

veranderd

te

worden in

een even zichtbare wereld, maar van heerlijker formatie. Dit blijkt daghelder uit Psalm

CU:

26

— 28,

waar even stelhg

in vs.

gezegd wordt: „Gij hebt voormaals de aarde gegrond, en de hemelen

maai

het werk uwer handen; die zullen vergaan,

doch

waar,

„Zij

alle

zullen

een gewaad en jaren

ter uitlegging

als

zullen

als

een kleed verouderen.

worden."

geëindigd

niet

vergaan van hemel en aarde anders

een

worden,

giizalt staande blijven;'"

van deze woorden, onmiddellijk op volgt: Gij zult ze

maar

zullen veranderd zijn;

zij

27

zijn

Gij

zijt

veranderen

Hieruit ziet ge dus, dat

als

uwe

dezelfde en

met het

maar

niet is bedoeld een vernietigd worden,

een tegenstelling tusschen de veranderlijkheid der

geschapen dingen en de onveranderlijkheid Gods. Reden waarom er dan ook

bij

staat, niet:

„Maar

Gij zult

eeuwig

zijn: neen,

maar: „Gij

blijft

dezelfde.

In

gelijken

verstaan,

en

al

als

zin hij

moet

dan ook het zeggen van Johannes den apostel

schrijft in

haar begeerlijkheid

;"

1

Joh. Il

17: „En de wereld gaat voorbij

:

een uitspraak die zoo schoon wordt toegelicht

door wat de heilige Apostel Paulus in

1 Oor.

dezer wereld gaat voorbij." „Dat toch

is

het.

VII: 31 zegt: ^'De gedaante

Ge moet

onderscheid

tusschen de wereld en haar tegenwoordige gedaante. Die gedaante

anders

onder

maken is

nu

dan ze in het Paradijs was, toen God ze schiep, en ze nog niet den

vloek lag, en de aarde nog

nimmer doornen en

distelen

had

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 237

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's