E voto Dordraceno - pagina 332
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
332
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK VI.
En
kan, maar vanzelf houdt en sterkt.
wat
en
wortel
overmits nu tusschen dien nieuwen
met de levensvezel aan
er
kleeft, dit noodzakelijk levens-
verband ontstaat, dat in elke twijg en in elk blad aan den stam, hetwelk
aan dien wortel verbonden wordt, moet opkomen wat gezonde
de
is
volmaakte groei en bloei van elke rank en twijg en
en
met Christus geworden
tak verzekerd. ,,Eén plante
ook ééne plante met
Het met
in dien wortel schuilt,
hem
in zijn
dood en daarom
in zijne opstanding."
toch niet zoo, dat élke twijg en élk blad van den
is
een
boom
vezel aan dieu nieuwen wortel vastklemt. Daartoe
zich
eigen
moet
de levensvezel, die op die twijg of dat blad uitloopt, heel den stam door-
om
loopen
dood.
En
zoo eerst
wat
Alleen
Ook
dat
dien nieuwen wortel in verband te worden gezet.
ondergaat
nu doet God naar
dit
naar
niet
met
bewerking
die
losse greep,
leeft,
voor
het andere
al
blijft
de
vrijmacht uit ongehoudene genade.
zijn
maar naar vaste
uitverkiezing. Zoo zijn
het dan alleen deze uitverkoren bladen en twijgen aan den ouden stam,
met den nieuwen wortel
die
komt
alleen
Ging
nu
dit
in levensverband
worden ingezet, en in deze
dien nieuwen wortel vanzelf het leven op.
uit
zóó
toe,
dat deze verkoren twijgen en takken van den
ouden stam eerst wierden afgesneden, en dan op den nieuwen wortel ingeënt, dan zouden
gezond
en
d.
heilig
i.
en
zijn,
het
op een andere plek,
elders,
zij
alle
terstond geheel gaaf
^rechtvaardig zijn" zou terstond
uitkomen.
Maar
zoo
De nieuwe alsnu
op
hechten
;
het heilgeheim niet.
is
wortel wordt niet naast den verkankerden stam gezet,
nieuwen
dien
wortel
maar de nieuwe
neen,
afgesneden
de
wortel wordt onder den ouden stam onder-
geschoven, en door dien ouden stam loopen de vezelen, waardoor de verkoren
bladen
en
met
twijgen
worden gezet. Gevolg hiervan nieuwe
om
en bladeren te
twijgen
den nieuwen wortel
in
uit-
levensverband
dat de kankering nog nawerkt, dat het
is,
door deze kankering heendringt, en dat eerst in den dood
leven
gemeenschap met den ouden stam wegvalt.
alle
Feitelijk
niet heilig,
ze dus
zijn
maar
nog
maar gaan
met hun
o?2gerechtig
en
voelen
zeer o«gaaf, of wilt ge, nog
Ze bestaan dus nog
bestaan
den
maar
niet gaaf,
zeer o/jheilig.
niet »««/•
tegen dat recht in. Feitelijk
prikkel
van
deze
Gods
recht,
zijn ze
ongerechtigheid
in
nog
hun
conscientie.
Zoo verschilt dan de
blik dien
hun binnenste omdragen. God
in
zijner
dien
tijd
ze
nieuwen
in
God
op hen heeft van het besef dat ze
heeft ze verkoren, en weet dat Hij te
den nieuwen wortel
zal inplanten,
en dat
ze,
eens in
wortel ingeplant, zekerlijk gaaf worden zullen en eens als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's