E voto Dordraceno - pagina 273
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XI. HOOFDSTUK
Het
Naam.
in Jezus'
om
wat bedoeld wordt, met het bidden ook
dit,
is
267
III.
aardschen zegen
maar om
Eliie bete broods zelfs verbeurd,
Jezus' wil ons
genade gschonlien
uit
Zoo uit
wordt
eerst
wat
al
die
Naam
maakt
gelukkig
ons
des Heeren waarlijk de springader waar-
en
vreugde
ons hart schept, ons
in
toewelt.
Naam
Deze
van Jezus legt derhalve den ban op
gedeeldheid des
alle
levens.
Wie
zegt
:
een leven voor mijn
Immanuel; maar daarnaast
voor
daarvoor
en
ziel,
om
eens zalig te worden, en daar-
een leven van mijn denkenden geest,
de schat der aardsche wetenschap
;
en daarnaast weer een
leven in de maatschappij en daarvoor de rijkdom van het vaderlandsche
en
leven;
daarnaast
eindelijk
een leven voor mijn menschelijk hart en
daarvoor de vreugde van mijn gezin en van mijn vriendenkring
zonder dat
welvaart
zijn
bij
zich zelven, of ergens elders." Zaligheid en welvaart,
en eeuwig geluk mogen niet gescheiden worden. Er
tijdelijk
troost
denkt, zijn Heiland reeds verloochend.
maakt daarom de Catechismus ook gewag van het „zoeken
Opzettelijk
van
om
er
hij
beide
En
wie
en
hem
Naam
van Jezus wel op een ded van
roemt
dies
op
den Zaligmaker zijner
als
het overig erf van zijn
al
van den
zijn,
Naam
van Jezus schuldig
maar één
hoog houdt
voor eeuwig,
Naam van
„goed" meenen
te
Chris-
voor negen tienden aan verloochening staat.
bijaldien we,
is,
belijdende als „de Fontein van alle goed", nochtans iets „goed" of eenig
maar
leven zich andere bronnen van
Heere onzen God verloochenen
den
het
Gelijk
wete wel dat
hij
erf
zijn
ziele
levensgeluk poogt te ontsluiten, die niet in en door den tus geheiligd
is
leven en in het sterven, zoo voor ziel als lichaam.
het
in
den
inmiddels
— heeft,
;
Hem
noemen
bezitten, dat niet uit deze Fontein geweidis,
zoo ook wordt Jezus verloochend door al wie, als zondaar eenige welvaart of eenig geluk of eenige vreugd of eenige zaligheid
waant
of beweert te
bezitten buiten hem. Niet, in
natuurlijk, alsof er alzoo zekere tweede
„Fontein van
Jezus zou ontsloten worden, naast de „Fontein van
Wezen
het Eeuwige
Dat
kan
oogenblik
een
kan
hij
den mensch
alle
te
goed"
goed" die
in
is.
Christen
niet
bedoelen,
want ook
niet één ondeelbaar
Jezus gescheiden denken van het Eeuwige
naast of tegenover dit Eeuwige
„Fontein van
alle
alle
goed" die in
Wezen dit
vloeien, zoodra hij
staande.
Maar
Eeuwige Wezen
Wezen
dit is bedoeld.
welt,
of
De
houdt op voor
zondaar wordt. Zonder tusschenkomst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's