Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 321

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 321

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XII. HOOFDSTUK VI.

man

aan allen

in dit volk het zegel

maar na hen nu

der gerechtigheid in de besnijdenis;

alzoo verkoren en gezegeld te hebben, zegt de

Heere

„U, gelijk ge daar nu staat als mijn verkorenen en mijn

alsnu tot hen:

gezegelden, u sluit

om uw

ik,

van mijn priesterschap

Het

315

overtreding, na u eerst geroepen te

Gij

uit.

hebben

himt het niet bedienen."

diepe van deze vernedering springt in het oog. Als zelfs het uit-

besneden

en

verkoren

dan ? Zoo

dus

ligt

volk

geen priesterschap meer vervullen kon, wie

mensch, die zondaar wierd, hiermee in

alle

zijn

smaad

en verwerping van het priesterschap neder.

En

opdat

Aaron

kunnen

nóg sterker zou uitkomen, en niemand wanen

dit

zou, dat

ten minste krachtens eigen persoonswaardigheid priester zou

zelf

wordt

zijn,

op

er

alles

ingericht

om

den persoon

tot niets te

herleiden.

Daarom wordt

het priesterschap erfelijk.

naneef van Aiiron kon priester

Juda voor

uit

En meer

was

altoos

terwijl

zijn,

het

zoo

uitgesloten.

man

om Gods

En

hem

voor

liet

sprengen, dat ieder zien kon: het

maar niettegenstaande

is,

God de Heere hem ceremonieel

en zalven en andere kleederen aantrekken en

wasschen,

rein

bloed

in dien

man

nog.

Als nu iemand priester wierd, dan eerst

De onbeduidendste en minste de vroomste en heiligste

zijn

is

niet

om

wat

onbekwaamheid en onreinheid,

roeping.

opdat

alleszeggende

dit

die reiniging telkens bij

feit

nimmer vergeten kon worden, moest

den priesterdienst herhaald, en gedurig eerst voor

den priester zelven bloed gestort worden. Zoo wist men dus: lijk

was bet

uit

;

en

2".

dat

priesterschap

kwaam

Ten derde

alle,

mensch,

uitgevallen

die

en

zondaar wierd, hierdoor vanzelf

voor

de

bediening

zij

er

van onbe-

opgemerkt, dat Aarons priesterschap volstrekt niet alleen

Verzoening was.

wordt vaak zoo gemeend en opgevat, en het

Dit

dat men,

omdat

bijkwam, hierdoor

En

dat dit schaduwachtig priesterschap niet wezen-

was.

een priesterschap der

pelijk

1".

toch, het

Ongetwijfeld

zijn

zelfs

aandacht uitsluitend

liet

licht begrij-

voor de zonde

boeien.

niet zoo.

is is

is

er onder zondaren altoos offerande

er in de bediening

van Aarons schaduwachtig en voor-

beeldend priesterschap een zeer breede plaats aan de bediening der verzoening niet op.

ingeruimd,

maar

toch, hieraan gaat zijn priesterschap volstrekt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 321

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's