E voto Dordraceno - pagina 391
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XIV. HOOFDSTUK IV.
385
nu aan een schaapherder een kind en een lam op éénen dag
Als
worden geboren, dan draagt
Maar
zich.
lam kan
dat
kind de zonde vanzelf, noodzakelijk in
dit zijn
met de zonde
eerst later
in aanraking
komen,
zoo ze op het dier wordt gelegd. Het kind heeft dus de schuld en zonde
krachtens zijn geboorte. Daar
Maar het lam draagt
niets aan te doen.
is
de zonde op het altaar niet krachtens
straks
maar omdat
zijn geboorte,
de herder het als oÊferlam uitkoos.
En
nu ook
zoo
Wij
aan
sproot,
we ontvangen en geboren werden, hadden terstond
toen
allen,
ontvangenis
onze
ons.
het hier.
is
en
de Christus had krachtens zijn geboorte
Daarentegen
slechts dit ééne, dat hij
afgescheiden."
was
dus
Juist
onnoozel, onbesmet en van de zondaren
, heilig,
het
lam van
tegendeel. Gelijk het
straks, zoo
kan dus ook de Christus deze schuld en zonde alleen dan op zich
hem
zoo ze op
Zoo dragen ook
wij
elk persoonlijk onze schuld uit
en zonde, niet krachtens
schuld
krijgen,
wordt gelegd door een beschikking van den Vader.
Adam
en de zonde
maar de Christus draagt onzer
daaruit volgende krachtens onze geboorte; aller
in
geboorte de zonde en de schuld, waaruit de zonde
zijn natuur,
maar omdat de raad
des Heeren het alzoo bepaald heeft.
Dit
waarom we
het,
is
in het eerste hoofdstuk
Immers het had kunnen beschikt staat, die
beantwoordde aan
dat Christus geboren was in een
zijn,
zijn innerlijk
wezen en dan zou
hij
geboren
den staat van den volmaakt rechtvaardige. Maar daarentegen
zijn in
de raad des Heeren
juist
dit
van deze Zondagsafdeeling
zooveel nadruk op de Staten van den Middelaar wezen.
met
Heeren en het mysterie des
heils,
is
dat de
Christus, hoewel volmaakt rechtvaardig zijnde, nochtans niet in den staat
van een rechtvaardige, maar
in
den staat van aan aller zonde mede-
schuldig zou geboren worden.
Hier
op
ligt
dan ook tevens het punt, waarbij de Neo-Kohlbruggianen in
weg der waarheid kunnen terugtreden. Ja
den
ons, reeds bij
zeer
dat
juist
dit tweeërlei verschil,
dat Böhl voorbijzag:
onze schuld noodzakelijk krachtens onze geboorte hebben, en
wij
volgens
vrijwillig
dragen
de geboorte op den Christus schuld. Dit zag Dr. Böhl
Maar met
in.
zeer zeker rust, evenals
als
de
destinatie
Gods;
hebbende gezondigd in
en
2*'.
zijn lendenen,
dat
wij
en dat
Adams hij
1". hij
schuld
draagt ons
aller schuld. Hij,
maar
de Christus, staat
geheiligd
dat
hij
tegen
is"'
is
daarom
deze
(Hebr. \TI
niet één der
allen over als :
28). Iets
„menschen die zwakheid hebben", „de Zoon, die in der eeumgheid
wat onze godgeleerden zóó verklaarden,
wel de gemeene zwakheden van het vleesch aannam,
E VOTO DOBDB.
I.
maar OQ
verre
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's