E voto Dordraceno - pagina 463
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
XXV. HOOFDSTUK
ZOND.
463
X.
TIENDE HOOFDSTUK. En
ik
ziet,
ben met ulieden
voleinding der wereld.
al
de dagen, tot de
Amen. Matth. 28
Over
„Teekenen"
de
gezegd
genoeg
dusver
Sacrament
het
in
komen
;
we
thans
Brood en Wijn)
(Water, tot
20.
:
is
vraag, welke genade
de
door middel van het Sacrament ons toekomt. Rekent toch het Sacrament
onder
twee „genademiddelen", dan volgt hieruit noodzakelijk, dat er
de
gebruik van het Sacrament een verrijking in genade moet kunnen
uit het
voortvloeien.
moet
hierom
Reeds
de
oppervlakkige
Sacrament de genade slechts
zien?
laat
Hij
het Sacrament. Een afbeelding van genade kan
bij
wat ge behoeft
blijven,
we
is
de zalfolie der genade
dat
baat
zoo ook
is
steeds de hoofdvraag
wijn, die
men
dat
bedienaar
de
van
zijn
des
Woords een kon
vingertoppen
bij
stelden
als
we ons
soort miraculeus persoon was,
laten
vloeien.
Tegen
al
zulke
van een geestelijk met een lichamelijk goed, komen we
beginsel
Ons lichaam en onze
op.
het nauwste verband de
dan
ziel
;
het
maar toch
ziel
lichaam; en daarom kan
gelijk water, brood en wijn
stoffelijks,
immer
en
kerk
de
verstaat
Deze
daarom
ons
alleen
van
van
Christus
ons op zich zelf nooit
ons
denkt
werkt.
zondaar bewijst, bestaat in tweeërlei:
Deze
GotMe?«j'A:e genade,
de ons toegekeerde gunste onzes Gods.
karakter aan van ontferming en barmhartigheid.
den
is
Godswege toekomen. Onder „genade"
onzes Gods neemt voor den zondaar meer bepaaldelijk het
gunste
aan
ziel,
iets bloot lichamelijks of
zijn,
het geestelijk goed der genade toevoeren. „Genade"
kan
uit
staan zeer zeker met elkander in
het lichaam iets anders dan de
is
het
ons toereikt, op zich zelf ons
vermenging,
en
het
maken
zelf.
genade zouden kunnen aanbrengen. Noch ook
genade
die
En
ziel niet vet
den Doop het op ons gesprengde water, of
in
Avondmaal het brood en den eenige
Wat
wat ons door deze Sacramenten aan genade toekomt. Niet alsof
waanden
voor,
uw
Avondmaal beide moet het dus
Doop en
Bij
het
op een schilderij een kabbelenden stroom
water zien, maar drinken.
geen
wil
al
beeldde
als
voor altoos gebroken worden.
af,
hem
het den dorstige, of ge
voorstelling,
en
oordeelt;
beide
niet enkel gerekend
en
moeten
2.
in
En l''.
deze genade, die in hetgeen
hetgeen God aan en
gelijkelijk
met hetgeen God
vastgehouden, en er in of
in
God
God over
ons doet of
mag
volstrekt
aan ons werkt of doet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's