E voto Dordraceno - pagina 221
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXII. HOOFDSTUK IV.
nu aan", en aan
dat „van
nu aan"
„van
de
zijn
hoorders niet den indruk geve, alsof
zaali juist beslist
apocalyptisch vergezicht gebezigd,
Maar
hiervan
afgezien
rijke beteekenis
Hier toch
zei.
:
een
tijds-
met Jezus' persoon.
;
tijd
om
of op het graf zouden rondwaren,
lijk,
dit
een
vooral wat Jezus
;
drieërlei
is
Heden waarmee afgesneden
:
der afgestorvenen nog zekeren
zielen
de
alsof
hun
een ^yV/sbepaling
is
in
uiteraard geen tijdsbepaling voor ons.
is
bepaling, een plaatsbepaling en verbinding
Er
met
want „van nu aan,"
;
reeds deze enkele uitspraken der Heilige
den moordenaar aan het kruis
tot
ware
we wezen, van hooge,
waarop
Schrift
zijn
221
in
is
elke voorstelling,
het sterfhuis,
eerst door
om
langzame schei-
ding en opstijging in te gaan in zaligheid. Met dit ééne zeggen :„ Heden
en
mij in het Paradijs zijn" valt al dit zoet gekeuvel over half-
met
zult gij
halftoestanden,
die
bij
een
lijk
en op het graf de verbeelding zoo
onherroepelijk weg. Zóó als de dood
prikkelen,
onzen blik van het
lijk
van wie in Jezus
zelf is de ziel
is
ingetreden, richt Jezus
en van het graf af naar boven. niet
sterft,
meer op
Nog den
aarde,
sterfdag
maar
in
het
Paradijs.
Er
ten tweede een plaatshe^aMng
is
:
van
genis
van
Aan
het Paradijs hing de heu-
zaligen gelukstaat. In het Paradijs was eens de
een
zonde
Paradijs. Blijkbaar een met
in het
opzet gekozen beeldspreukige uitdrukking.
en
vrij
vrij
van ellende geweest.
En
mensch
toen Jezus nu, zelf aan
het kruis geklonken, daar dien moordenaar zich aan zijn eigen kruis zag
wringen,
bracht
van wat zonde en ellende over den mensch ge-
toonbeeld
als
had,
riep Jezus dien ellendige
toen
van
dit zijn
kruis naar het
Paradijs terug. Nog heden, nog dien eigen dag, zou het voor dezen boetvaardige met zonde en ellende uit hebben, en zou het weer zijn als eens het
in
booze,
dan
alleen
buiten
deze
hiermee
is
deze
uitgesproken
wereld
waaraan
wereld,
plaatst
worden
nu deze geheele wereld
eer Satan insloop. Ligt
Paradijs,
dat
kon vinden, en door een wondere macht
allerwege
in een oord,
in het
deze moordenaar dit Paradijs
zonde
uit
ellende kleeft, over zou ge-
en
waar noch het ééne noch het andere kwaad
meer kon kwellen.
En
ten derde ligt er een verklaring in
we ook
die
ontbonden
bij
worden
te
en
met
den Heere
heerlijke openbaring. Dit zeggen toch
na
haar
van een verbinding met Jezus,
den heiligen apostel terugvinden: „Ik heb begeerte
scheiding
van
het lichaam,
sluit ja,
te zijn."
uit de
Ook
dit zoo,
zijn.
„Met Jezus
ziel,
wel zou voortbestaan, maar in
dan zou deze uitverkorene niet
hebben kunnen
hierin ligt een
meening, alsof de
onbewusten toestand, zonder van zichzelf of anderen af
ware
om
te
weten. Immers,
in het Paradijs
met Jezus
in het Paradijs zijn" onderstelt toch, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's