E voto Dordraceno - pagina 414
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND.
416
XLV. HOOFDSTUK
van het gebedsleven voor hun
af Ie schaffen, zulk een ontwikkeling
den
kinderen afsneden.
Wat
XIII.
in de eerste generatie
nog een
tijdlang, als erfenis
uit de orthodoxe overlevering, stand hield, sterft in de tweede, of althans
in de derde generatie geheel uit.
Al erkennen we dan ook ten volle het misbruik dat gemeenschappelijk gebed insloop, en waartoe
zonde,
sluiten
kan en maar
het overluid en niet voor de
al te
dikwijls verleidt, toch
en gemeenschappelijk
naast het geïsoleerde gebed, zijn eigen plaats in ons gebedsleven
gebed
behouden moet. Het Woord onzes Gods de
Schrift door lezen
of
oog,
we
ook ten deze beslissend. Heel
is
van gebeden,
niet slechts
die voor anderer oor
met en voor anderen gedaan werden; maar het
en
gebed
gemeenschappelijk
wordt
ons
de
in
Schrift
bestanddeel van den openbaren dienst voorgesteld
ome
reeds het meervoud is
bij
we de oogen
vast, dat het overluid
verleiden
het
daarom voor ons
het
staat
al
als
in het
;
overluid en
een onmisbaar
Ome Vader wijst
er op, dat hier niet het geïsoleerde
gebed bedoeld
en de heilige apostel Paulus verklaart ons zelfs niet minder, dan dat
;
de vermenigvuldigde dankzegging strekken moet,
om
door het danken van
velen voor de genade die een enkele ontvangt, den roem en de eere Gods te verhoogen.
Het
minder
dan
niets
van het geïsoleerde gebed
te sterk drijven
zonde,
zoover het de poging verraadt,
in
gebed het hoog gebod, dat ge
uw God moet liefhebben,
het andere gebod, aan dit gelijk, dat ge
Een
uzelven.
God,
is
naar geestelijke zelfzucht. Wie zegt
God
in zijn
moet hebben uw naaste
lief
van als
liefde.
Het zweemt
„Ik zal in mijn gebed alleen met mijn
:
en daarom mijn naaste uit mijn gebedsleven uitsluiten," keert
zijn,
om
de ordinantiën Gods
een
om
af te scheiden
geïsoleerd gebed, dat zieh opsluit tusschen de ziel en haar
den diepsten grond een verzaking van de
in
dan ook
is
en
zijn
vergeet dat
niet anders
hij
dan
als
een deel van
van
zijn
kerk, en zijn vaderland ook aan zijn gebedsleven
hun
bestaat;
geheel
vrienden,
;
en
dat
de kring van
zoo
zijn gezin, als
eigenaardige eischen stellen.
Uitgangspunt de
ten deze moet derhalve
eenvormigheid, dat
inzien,
gebeden
we
geroepen
gebed
geïsoleerde
want onze
ziel
die
niet
zijn.
zijn.
leven tot
doodt,
één
Ongetwijfeld
standhouden,
en
Naast
dit
we ook van het gebed
dat
uitbannen, en klaar en helder
soort,
moet
maar in
tot velerlei soort
van
ons gebedsleven ook het
er zelfs een breede plaats innemen,
heeft zooveel dat ze alleen
Alleen, en hierop leggen
gebed
alle
slechts
zijn,
we nadruk, dat
met haar God
geïsoleerde gebed
heeft af te doen.
mag niet
al ons
geïsoleerde gebed heeft evenzeer recht van bestaan
het gebed
met anderen saam. En wel
anderen"
soms
in
dien zin, dat ook dit „gebed
weer uiteenloope en verschillend
zij
met
naar gelang van de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's