E voto Dordraceno - pagina 209
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. IX. HOOFDSTUK IV.
203
heldenmoed en
geestdrift, alle ernst en
loochening en goeddadigheid,
hoogere
alle
het schepsel, maar van den Vader der lichten, van
zin, is niet uit
wien alle goede gave afdaalt. Heel de zedelijke wereldorde
is
zijn gewrocht,
Hem
schepping van het ideaal waar ons hart voor klopt, moet
de
heel
worden toegeschreven. En
God den Vader,
belijden te gelooven in
als wij
den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde, dan belijden we hier-
mee
om
dat ook alle macht
volharding onze loopbaan
moet
worden dat
hierin,
ons
bij
schep de duisternis, Ik
doe
al
om met
heilig te leven,
van Hem, onzen Vader en Schepper,
Jesaja zelfs toeroept: „Ik formeer het licht, en
maak den
vrede en schep het kwaad Ik, de Heere,
deze dingen."
alle
Om
om
hebben,
Ja, zoo ver gaat de Heere in de Heilige Schrift
afgeleid.
Hij
lief te
te loopen,
het kort en toch volstrekt uit te drukken, zoo ge eenerzijds neemt
wat er buiten God den Heere in hemel en op aarde bestaat, en ander-
God den Heere
zijds
wezen
en
bestand
dan
zelf,
aangaat,) door
wat buiten God
al
is
wat
(voor
is
Gods scheppende daad
zijn
in het annzijn
geroepen.
Evenwel moet
onderscheid gemaakt tusschen tweeërlei soort van
hierbij
scheppen, het eene eigenlijk, het andere oneigenlijk. Dit onderscheid zal terstond in het oog springen, zoo ge tegenover elk-
ander
stelt
uw
oog dat
God
in
uw
hoofd en de liefde die Hij in
inwrocht. Bij dat oog staat ge voor een zuivere schepping
;
uw
hart
want toen God
het eerste oog schiep, riep Hij daarmee iets tot aanzijn dat niet bestond
en wel niet bestond in zóó krassen
van
Wel was
zelf
bodem
;
het denkbeeld,
aanwezig en
in
van
slechts
iets
gelegd.
Maar
en
zelfs al
;
want Hij
zooverre zijn
om waar
ziet alle
heeft
nemen wat buiten u
bij
in
ding en doorschouwt het tot op den het oog te scheppen,
als zintuig of
orgaan bestaat
in
God den Heere de ooge
niet
spreken we van Gods „alziend oog" en al zeggen we, dat de alle
plaatsen"
gedacht worden, en dat
zijn,
dan
zijn
we
er ons zelven toch
bij
God den Heere aan geen
bij
God van een
mensch en
gezichts-
ooge te spreken in
zekeren zin slechts een overdrachtelijke wijze van spreken
gekeerd
is,
eigen vermogen op beperkte wijze in zijn schepsel
„oogen des Heeren aan
mag
te
God de Heere met
volkomen helder bewust van, dat er orgaan
dat én de stof er voor én het plan
oog én de werking van het oog uit niets tot aanzijn wierd ge-
liet
roepen.
God
zin,
is
;
terwijl
om-
dier het oog uitsluitend als orgaan voorkomt, en
in zijn formatie als op zich zelf staand orgaan een gansch nieuwe schep-
ping
is.
Gansch anders daarentegen
staat het
nu met de
liefde die oorspronkelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's