E voto Dordraceno - pagina 464
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
464
XXV. HOOFDSTUK X.
ZOND.
In
de
komt het aan op hetgeen
eerste plaats zelfs
de gedachten Gods over ons omgaat
bepaald
ons
over
heeft;
op de vraag wat God in
;
ons
Hij
of
rechtvaardigen in welgevallen aanziet
in het hart
als
en in
zijn
raad
verdoemt of
goddeloozen
als
of Hij ons zich ten vijand stelt of
;
aanneemt
als zijn
kinderen. Hierin schuilt de eerste genade en de wortel
van
genade.
En
voortvloeit,
en
alle
eerste
daarna
eerst
komt de tweede genade,
hemels werk in ons
een
alsnu
tot
die uit de
stand brengt,
met onze wedergeboorte en eindigende met onze volkomene
beginnende
verheerlijking.
Nu
Sacrament met deze beide graden van genade
staat het
Het
streeksche betrekking.
Gods over ons
in het harte
van
Sacrament
het
Gods
onswaarts
te
genade
werkt
in recht-
eerste genade, die
èn
in zooverre het ons die gezindheid
en verzegelt, èn in zooverre het Sacrament op
En
met de
èn in zooverre uit die genade de instelling
;
voortkwam,
toegekeerd.
is
is
betuigt
zaligmakend
alleen
staat in betrekking
naar
dengene,
wien
het
harte
Gods
in
evenzoo staat het Sacrament in verband met
God
de tweede genade, doordien
het als middel gebruikt,
om
in de zielen
dergenen, aan wie Hij in gunst denkt, een genadekracht te werken.
komt
Alles
dus
er
het Sacrament
bij
maar op
aan, dat ons oog, voor
men daar een oog voor, dan zoekt men het Sacrament wel. Maar blijft men wanen, dat het Sacrament slechts een schilderij of een tableau vioant is, om de genade voor te stellen, dan is het volkomen natuurlijk, dat men denkt: door het Sacrament gewrochte genade, geopend
die
„Die Schilderij behoef
kan
ik mij
dat
men
doen of
dan
is
En
ook,
om
het Sacrament slechts verschijnt,
men
verklaren, dat
te
maakt men
men
dat
door
dan
zal
men daarentegen
God verordend een
iegelijk,
is,
om
die naar
om
Avondmaal
genade
hem aan om het Sacrament te zoeken.
dorst, en voelt dat het
middel,
weer
liefde
voor
men
de leden der kerk, als met de zweep naar het Sacrament wel,
Sacrament dat
gaan
eens, :
dat
der gemeente, die het Sacrament verwaarloost,
Sacrament
men hun
in
„o. Alle
komen gij
ze
te storten,
bestaat niet daarin, dat toedrijft,
de overtuiging schenkt, dat er door en in het
een heerlijke genade voor
dan
is,
ons een heerlijke genade toe te voeren,
Het groote
maar
blijft
dat het Sacrament een middel
in,
genade ontbreekt, drang en behoefte gevoelen,
het
is
jarenlang voor zulk een belijdenis
terugdeinst en soms, tot zijn dood toe, zonder het heilig Ziet
zich diets,
zijnerzijds belijdenis te
een uitverkoren en veranderd mensch
ten volle begrijpelijk, hoe
voortleven.
Heeft
meer. Ook zonder hulp van die afbeelding
ik niet
de zaak evengoed voorstellen."
bij
zij.
hun
vanzelf wel.
dorstigen,
komt
ziel
tot de
is.
Voelen ze
altoos naar
den regel
verkrijgbaar
Het moet wateren
!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's