E voto Dordraceno - pagina 285
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIVÖ. HOOFDSTUK
baar
287
I.
zoolang nog alles in de potentiën (kiemen) schuilt
niets,
komt het
;
maar
straks
en dan vertoont het actueel (daadwerkelijk), hetgeen eerst
uit,
in de potentiën verscholen lag.
En
nu ook
zoo
Ook
geboorte.
komt
lijkst
weg des Heeren
de
uit,
was
tie
heeft vader noch
Maar nu
er.
van
En
het
in
te
doopen
geloof,
en
toch
doopen
alleen
ten
doel
heeft,
wedergeboorte
, onvergankelijk is
en
het
de poten-
Christus^, doopen,
van eenige wedergeboorte, niets van
niets
en bedienen ze het Sacrament, dat immers
ze,
geloof dat er
een
is,
te
sterken. Zoo
is
dus de
van den boom des levens, maar
in ons planten
zaad," doch altoos een zaad,
„zaad des levens," een
gelijk de korrel dit voor
de
mosterdzaad voor den mosterdboom, in welks takken de
des hemels zich later nestelen zullen,
vogelen
De klem,
hun doop lidmaten van
het in ons uitstorten van een zaad „Gods", een
aire
van dat werk der
iets
uitkomen. Onze kerken, die de jonge
leven
kind
het
niet
moeder ook maar
verdwijnt dit begenadigde wicht, en op aarde zal nooit
kinderen, als zijnde reeds vóór zien
het mysterie van de kiem. Het duide-
toch wi'ocht de Heere het.
wedergeboren
zijn
wondere werk der weder-
in het
een uitverkoren kind in zijn eerste levensjaar
als er
wedergeboorte bemerkt.
iets
God met
hier werkt
dit
Dan
wegsterft.
is
maar waarvan ge aan
dit
kleinste moeskruidzaad niets ziet, niets bespeurt, en niets merkt. Toegepast
op
het
in
„zaad Gods"
dit
en heihgmaking zal uitkomen;
langzaam
en
Ze geschiedt
van
uit
is,
wat straks
in zich
in geloof
die heerschappij niettemin slechts
dat zaad ontplooit en ontwikkelt.
draagt van
is,
maar
slechts
eens voltooid en voleind te
worden. Dien waarborg bezit ze in Christus, wiens leden we
en in wien,
als
ons Hoofd, alles nu reeds aanwezig
in ons zal uitkomen. is
maar dat zich
lieverlede
aanwezig
alles
niet zóó, dat ze opeens voleind en voltooid
zóó, dat ze een waarborg
zullen
dus zeggen,
dit
herschepping wel in de wedergeboorte haar vast uitgangspunt
en dat
heeft,
werk der omzetting en herschepping, wil
groote
deze
dat
Maar de
een werk van lange jaren
;
is,
wat
later
zijn,
aan en
omzetting, de vernieuwing, de herschepping
en dit nu brengt teweeg, dat onze natuur
op welk punt ge ze ook in het leven neemt, altoos in zeker opzicht reeds herschapen,
maar ook
nog het zondige wezen
Denkt ge uw wezen
in
ander opzicht nog niet herschapen
is,
en dus
laat uitkomen. als
een
cirkel,
met een middelpunt, een
straal,
en
een omtrek, dan wil dat dus zeggen, dat de wedergeboorte wel het middel-
punt
herschept,
herschepping
van
en
aan den straal een andere richting
uit dit
voortschrijdt. Deelt gij tien
stralen
in tien
geeft,
maar dat
middelpunt slechts langzaam naar den omtrek
nu den
cirkel
vakken of deelen
naar de orde der Tien Geboden, door in,
en merkt ge op elk dezer tien
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's