E voto Dordraceno - pagina 254
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXII. HOOFDSTUK IX.
254:
lang na
Niet
Hemelvaart zien we dan ook
zijn
in de pas
opgetreden
kerken een diepe scheur getrokken en een harde twist gevoerd, tusschen de Christenen uit de Joden en de Christenen uit de heidenen. Blijkbaar
konden de gewezen Joden zich nog maar
niet
wennen aan het denkbeeld
de Dienst der Schaduwen voorbij was, nu de Dienst der Vervulling,
dat
was gekomen. Nog steeds poogden
Schaduwen religie
een goed deel uit dien Dienst der
zij
wezenlijk en onmisbaar bestanddeel ook in de Christelijke
als
handhaven. De Joodsche natie bleef voor hen nog eenigermate
te
de eigenlijke kerk, en wel mochten ook anderen in die kerk ingaan, mits
door de poorte van den Jood. Het bleef in den grond het stelsel van de Proselieten.
Doch toen van het
te roepen,
en dezen aan
had overgesteld, en
God der Joden? En
die
allen kinderen
gerekend"
maken,
Israël
uit
III
IX
:
zijn,
6 en
God
zij
om
God een
„Is
^Ja ook der zijn niet allen zijn,
worden voor
zijn zij
het
zaad
het nooit weer ongedaan te
deksel van het aangezicht afgerukt
het
„Die
Abrahams zaad
beloftenisse
wijze,
:
der heidenen?
verklaard had:
v.v.
noch omdat
was op een
toen
toen nu Paulus
29 had uitgeroepen
:
maar de kinderen der
;
—
;
Eom.
in
En
geestelijk Israël tegen het vleeschelijk
Hij niet ook een
is
heidenen"; en in Rom. Israël
gorden voor de redding
te
element zijner duur gekochte kerk.
geestelijk
eenmaal de groote gedachte van het Israël
op den weg naar Damaskus
het den Heere beliefd,
heeft
Paulus
apostel
zijn
;
en aan de verwachting
van het aardsch Messiasrijk voorgoed de bodem ingeslagen.
Maar
—
toch
Paulus
dit blijkt
genoegzaam
uit
den heftigen tegenstand waarop
en waarvan in het boek der Handelingen en de brieven
stuitte,
aan de kerken van Galatië, van Rome, van baar
—
zijn
Christenen
nog
Filippi enz. de sporen zicht-
was hiermee de eenzijdige voorstelling der Joodsche
toch niet
opgegeven,
o.
Het heeft zoo lang geduurd,
eer de
Christenen uit de Joden werkelijk zich van deze aardsche verwachtingen
konden de
losmaken,
Ebionieten,
en wie in de geschiedenis der kerk de optreding van
Elkesaieten,
en
zoo
menige
andere sekte nagaat, staat
verbaasd over de taaiheid, waarmee hun verwachting zich wist te handhaven.
En
toen
daarbij
nu de
hitte der vervolging
kwam, en
alle
hope
voor het tegenwoordige scheen afgesneden, kon het haast niet anders, of
ook vele anders goed gezinde Christenen, moesten zich allengs indroomen in
den
toestand,
dien oudtijds de Joden in de dagen hunner harde en
bittere verdrukking doorleefd hadden, en evenals deze lust krijgen in de
verwachting van de aardsche herstelling der dingen, waarin het hun nog
eenmaal
gegund
verdrukkers
zou
worden
te triomfeeren.
in
aardsche glorie, over hun vijanden en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's