E voto Dordraceno - pagina 340
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XII. HOOFDSTUK IX.
334 en
de
rijkdom
en
laar
mystieke
met name
en
zijnen,
om
kracht van taal,
met den
unie
Calvijn heeft zich steeds uitgeput in
toch vooral de onmisbaarheid van deze
aan
Middelaar
's
Heeren volk op het hart
te
binden.
Tusschen 2;oorwerpelijk en OH(^erwerpelijk Christendom ontstaat in onze
gemeenten vaak Christendom
en hoeveel schaduw er ook op het oncierwerpelijk
ruste, toch heeft het de
hooge roeping
om
de üoorwerpelijke
tegen versteening en verdooving te bewaren, zoodra deze haar
prediking eigen
strijd,
uitblaast, door deze mystieke unie
licht
met den Christus
te ver-
zuimen. Ongetwijfeld zijde
want
;
voorwerpelijke prediking de waarheid aan haar
de
heeft
den prediker, maar de Christus moet
niet het zielsleven van
Maar nimmer worde
gepredikt.
vergeten, dat de voorwerpelijke prediking
zich zelve ontzielt en tegen de beweging des Geestes aanstoot, zoo ze de
de
die
zalving,
van den Middelaar hebben,
verlosten
d.
de mystieke
i.
unie met den Christus, uit het oog verliest. Christus
Schrift
ligt,
Zonder
die
wij
zijn
Lichaam en
wij
Leden. Dat
zijn
mystieke unie die niet in de belijdenis, noch in de voorwerpelijke
de
is
ons Hoofd, de kerk zijn
is
en waar telkens en gedurig op moet gewezen en aangedrongen.
mystieke
met
unie
geen Leden;
is
den
Middelaar
is
er
geen
de Middelaar ons Hoofd niet; en
is
Lichaam, het Chris-
tendom weg. Niet de „belijdenis" als geklank der lippen, maar die zalving des Middelaars, en de eerst daaruit gevloeide echte belijdenis,
is
het wezenlijke,
en zoo komen we vanzelf op de drie ambten van den Middelaar en hun
afschaduwing
bij
Gods volk
terug.
Christus, zegt de Catechismus,
onzen Profeet,
naam
—
en dies moeten ook
is
wij i^rofeten zijn,
van God verordineerd en gezalfd
moeten
ook
levend dankoffer
hem
dies
En
van God verordineerd en gezalfd
tot
doordien we zijn
belijden.
Christus
en
is
zoo
Koning,
ook,
--en
we ons zelven
tot
—
een
offeren.
van God verordineerd en gezalfd
is
moet ook
dies
onzen Hoogepriester,
wij priesters zijn, doordien
Christus
zonde en den Duivel
tot
te
gij
koning
zijn,
om
tot
onzen
in dit leven tegen de
strijden en hiernamaals in eeuwigheid
met hem
over alle schepselen te heerschen.
Zoo en
ge de schoone harmonie. Christus Profeet, Priester en Koning,
ziet
wij,
als
onder hem.
zijner
zalving
deelachtig,
profeten,
priesters
en koningen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's