E voto Dordraceno - pagina 166
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. VIII. HOOFDSTUK
160 ze
hun uitgedachte afgoden en
al
Hinnoms werpen. En dan
Dat zou
hij
aanzette;
maar
kan
God
nu
geleerd,
opkwam.
zaliglijk
en
theorie
verzet
hun
kwamen,
nu op
en
zoo
allerlei
groepen die op
die belijdenis
manier,
allerlei
van de Drieëenigheid in
meer bedekte en
andere,
deze wateren, en
uit
de heilige Drievuldig-
verfijnde manieren,
het dan in de kerk van Christus tot hangen strijd gekomen.
is
strijd niet
om
Heere Jezus
de
praotijk, tegen
bij
vroeger pantheïstisch en polytheïstisch spel voortzetten.
En Tot
en daartegenover
;
in
Eenerzijds een klein
dronk
in de kennisse des Eeuwigen genoot, en zwoer
in
overreedde en
dat niet.
hij
die tegenstelling die
toen
heid des Heeren
hem
eerst kunnen, als de Heilige Geest
van
dat
kuddeke,
denkbeelden in het dal
afgodische
ge begrijpt het, wil en kan de zondaar niet.
dat,
uit zich zei ven
En vandaar
III.
„Dit
zei:
God
éénigen waarachtigen
En
ging
toen
letterlijk hetzelfde
om
een bijzaak, maar
men
is
Om
het hoogste.
het eeuwige leven, dat
kennen, den
TJ
zij
waarvan
dat,
!"
belijdenissen
maar op
En
opstellen.
toen zijn de ketters
veel gevaarlijker wijze in de kerk
gaan doen,
wat de Joden en Heidenen buiten de kerk deden. Buiten
stonden de Heidenen en Joden in boud,
kerk
de
manier de belijders van den Drieëenigen God
ook
dat
niet,
dan
door
Overheid tegen hen kon, uit te roeien
En
ze
dat alles
met het eenig beleden
kerk
te
God weer door de vervangen.
En
ook
belijdenis in
geen middel gespaard
m
uit
God,
door de
;
ze eindelijk, als het niet anders
de kerk aan het werk getogen,
dezen
om
doel,
om
van een heel anderen ingeheelden yod
hebben de ketters
strijd
dat kleine kuddeke, dat
machteloos
te zetten
éénzelfde
om
de belijdenis van den Drieëenigen
te
maken en
kerkelijk, toen door ze maatschappelijk te
vorm.
;
verzwakken, te verdeelen, te doen verbasteren; en
de
Altoos
alle
met schavot en brandstapel.
innerlijk
gevangen
uit te roeien door spot
maatschappelijk tegen te werken
wapenen; en door
te
evenzoo zijn de ketters toen
levenden
op
door satyre; uit te roeien door laster en scheldtaal; en hielp
roeien
te
om
en onschadelijk alle
strijd
Van den éénen
kant
te
niets ontzien en
nog vasthield aan den
vernietigen.
Eerst door ze
knakken; en ten
leste door ze
maken.
eeuwen de
te
te
door,
zondaren,
in
alle
land en in
zonder hooger
licht,
allerlei
die
én
buiten én in de kerk aan de uitdenkselen en verzinniugen van hun eigen hart den
naam van „god"
Heeren,
die (en dat wel
gaven.
En
uit louter
daartegenover de kleine kudde des
genade) hooger licht ontving, en die
nu tegen deze uitdenkselen en verzinningen klaar en heldei de van den Drieëenigen God overstekle.
belijdenis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's