E voto Dordraceno - pagina 474
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
474
ZOND.
met deze woorden uitgedrukt
het Latijn d.
w.
:
De
XI.
intimus non indicat ecclesia,
over de verborgen dingen des harten oordeelt de kerk niet.
z.
van
dit
XXV. HOOFDSTUK
de
het geldt ook van de bijzondere personen.
kerk,
teedere en godvruchtige personen hebben altoos verklaard ik
blijf
om
des
staat
u
van
het
geldt
oordeelt,
zelfs
het
verzekerd
toeft,
het recht zou hebben
zegt
alleen,
één
dat
eenig
is.
mensch voor
dat soms nog kort voor
Doch voor de
De
nog volstrekt niet
tot
om
iemand, na verzekerd
hij,
zoolang die verzekering
hij,
zeggen: Ik ben niet uitverkoren.
te
Maar
tot een
is,
te
Het
hebben, alsnu weet
ontkennende uitspraak heeft niet
De
zich zelven recht.
hun sterven
te
feiten liggen er toch toe,
verstokte zondaren van innerlijk leven is
er hoop.
En
tot
op den jongsten
Gods weg open.
blijft
niet.
den
zoo schoon en duidelijk uitsprak.
volstrekt niet, dat
getuigd hebben. Zoolang er leven snik
niet
in
zelven worden te
uitverkorenen
na de verzekering ontvangen
hij
wel uitverkoren
hij
hun het recht
eigen zaligheid verzekerd, gelijk de Synode
volgt er uit dat
maar
zijn,
is;
staat
nu ook ieder mensch persoonlijk weet hoe het
Wel
staat.
Wezenlijk
„Van uw
wezen voor God
innerlijk
geldt
Slechts van u zelven, als ge over
De
niet.
Canones
haar
in
daarom
dat
met hem zelven
dat
uw
persoonlijk verzekerd worden leidt
dit
gevolg,
dit
God van hun
door
tijd
Dordrecht
Maar
ze bedoelden, dat
te beoordeelen of ge in
levens of des doods stond.
zelven
hunner
Een zeggen waarmee
af."
toekwam,
:
En
kerk, en voor het verkeer der geloovigen onderling, baat dit
kerk heeft van
God geen
onbedrieglijken keursteen ontvangen, en
de geloovigen bezitten zulk een onbedrieglijken keursteen onder malkanderen
Wel
evenmin. en
zeer
zeker
vrouwen,
van
zijn
wie
van
personen,
er
onder een
ge
uw omgeving
bijna
wie
u,
ook
En
Het
eenvoudig
VI
Hebr.
„verlicht
is
en
blijft
hun rechtzinnige
bij
belijdenis, nooit
al onbedrieglijk
als
is die
tal
een
keursteen
een oordeel der liefde en der geloofsgemeenschap;
omdat niemand
in
zoo
plechtig beschreven staat van
zijn
mannen
evenzoo verkeert ge wel met
reuke des levens tegenkwam. Maar met dat niet.
personen, zoo
zekeren indruk ontvingt, dat het ware
u uit hen toesprak.
geestelijke leven
van
een oordeel der liefde en der geloofsgemeenschap
er
is
aangrijpend
een
anders
hart
kan
lezen.
En wat
menschen
in die
geweest, en de hemelsche gaven gesmaakt hebben en des
Heiligen Geestes deelachtig zijn geworden, en gesmaakt hebben het goede
woord Gods en de krachten der toekomende eeuw," en worden
die toch afvallig
en voor eeuwig verloren gaan, maant ons steeds
bij
ons oordeel
tot zeer groote omzichtigheid.
Dit staat dus vast, dat de kerk nooit
of
nimmer
bij
de bediening van Doop en Avondmaal
volstrekte zekerheid bezit, of de kinderen en personen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's