E voto Dordraceno - pagina 305
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XII. HOOFDSTUK IV.
Kortom,
van het Paradijs af en
verordineerde
nu
tot
Gods
van
toe
de
is
Immanuël de van God
die voor alle ziel die ten
Profeet,
gezalfde
mysteriën
de
gaat
leven
God
van
299
ontfermingen
en
persoonlijk
zelf,
rechtstreeks heeft ontzegeld.
VIERDE HOOFDSTUK.
De Heere heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen. Gij zyt Priester in eeuwigheid, naar de Ps. 110 i. ordening van Melchizedelc. :
Immanuël bekleedt nog een tweede ambt. neerd en gezalfd
om
te
om
Profeet
te
zijn,
Hij
is
niet slechts verordi-
maar ook om Priester
te
wezen ja ;
„onze eenige iïoogre^r/fsfer", gelijk de Catechismus belijdt, „die
zijn
ons met de eenige offerande zijns lichaams verlost heeft en ons met zijn
voorbiddinge steeds voortreedt
Waarin bestaat nu het
Om
wel
dit
hoe
stellen,
natuurlijk
nu
als
een
in
te
het
te
moeten we ook
zien,
komt,
staan
stemmen we
den Vader."
bij
verschil tusschen
als
den Profeet en den Priester?
bij
ge
het Priesterschap de vraag
u de zonde wegdenkt.
Want
voetstoots toe, dat het Priesterschap, gelijk wij het
een Priesterschap der Verzoening kennen, alleen te pas komt in
zondige
onderzocht,
wereld.
Maar
daarmee
is
de zaak niet
uit.
Er dient ook
of niet ook het Priesterschap een dieperen wortel heeft, zoo-
dat het zijn oorsprong vindt in den aanleg van onze menschelijke natuur
en
de verhouding, waarin het Gode beliefd heeft, den meusch tot zich
in
zelven te plaatsen. Blijkt dit toch zoo te
ook
in
het
dan
is er
Paradijs, een Priesterschap ook in den
kan het Priesterschap der Verzoening dat een wijziging van dit oorspronkelijke
Nu
zijn,
om
hemel
hulpmiddel
om
Priesters iets
dat
noemt,
en
eeuwiglijk, en
der zonde wil intrad, slechts
zijn.
staat dit vast, dat de heilige apostel de kinderen
wedergeboorte.
een Priesterschap
wil
Gods ook na hun
dat ze offeren zullen.
in de eenige offerande
Niet als
van Christus ontbreken
zou aan te vullen, maar als een heel ander soort van offerande.
De
catechismus noemt
dit in
het antwoord op Vraag
zelven tot een levend dankoffer
Hem
XXXII: „Dat
ik mij
offere" en onderstelt dus wel degelijk,
dat het Priesterschap doorgaat ook als de zonde
is
weggenomen. Hetzelfde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's