E voto Dordraceno - pagina 313
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
:
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK IV.
om
ons van dit nieuwe leven te zijner
bewust
313
met helderheid en zekerheid
tijd
worden. 3". Dat dit zaad des geloofs niet vanzelf tot ontkieming
te
en ontwikkeling komt, maar eerst door een nieuwe genadedaad Gods, die de
met
saamvalt
bekeering
en
ontkiemde
van
wereld
en
allengs
wasdom
tot
gebrachte
ontwikkeling
tot
en dat in deze nieuwe wereld van
is,
beseffen en gedachten voor ons bewustzijn onze eigen persoon
Dat naardien
5.
en
geestelijk
Schriftuurlijk
Twaalf Artikelen
de
des
mede wordt
met toepassing op ons zelven
en
mits
geloofs
verklaard,
dan de saamvatting en ontleding van deze nieuwe wereld
niets anders zijn
van
dit
voorstellingen en overtuigingen inbrengt, waarvan de
feiten,
Christus het bezielend middelpunt
ingesloten.
Dat
4.
gedijt.
geloof in ons bewustzijn een
gedachten,
„dat
zegt:
die
hij
gelooven," daarmee dan ook
te
al
dat door Gods genade zulk eene omzetting in zijn bewustzijn,
verklaart
van
omzetting in
stand gekomen.
als
gevolg
6.
Dat, overmits dit nieuwe geloofsbewustzijn in den geredden en bekeerden
zondaar
deze
de
slechts
kromboog
en
rechtbuigt en doortrekt, die
lijn
en
afsneed,
zijn zielsleren, is tot
God
die
oorspronkelijkheid getrokken had,
als
hij
Schepper oorspronkelijk
maar
geloof in
God den Vader, den Almachtige, Schepper
der
aarde."
En
zoodra
onze
uitgaat van de belijdenis
„Ik
dat,
in
zaligmakend zondaarsgeloof zich niet
dit
bepaalt tot de belijdenis van den Christus,
7.
door zijn zonde
die
zondaar in
dit
des hemels en
hem
toegebrachte
geloofsbewustzijn de wereld der heiligheden weer begint te zien, gelijk ze
God
voor
in
hij
zonde
heiligheden door Hieruit
nog
nu
slechts
Artikelen
nog het
ook zich zelven in die wereld terugvindt, niet gelijk
bestaat, hij
zijn
maar
zelven kende,
zich
God aanschouwd
gelijk hij in die wereld der
en gekend wordt.
volgt tevens, dat dit geloof, voorzoover het in een jong kind als
„zaad des geloofs" bestaat, wel de kiem van de Twaalf
des geloofs in zich draagt,
van
allerminste
maar zonder dat
dit
kind zelf hier
Sterft het dus, eer het tot jaren
afweet.
van
kennis en onderscheid kwam, dan geraakt dat zaad des geloofs in dat kind
op
deze
dood,
aarde
een
niet
geheel
tot
maar
ontwikkeling,
anderen
wasdom,
die het
erlangt in, door en
na den
aanstonds in den hoogsten
vorm van aanschouwing doet overgaan. Er
volgt óók uit, dat een kind, en zelfs een volwassene, in uitwendige
met
aanraking
gekomen
zijn,
uitgestrooid is
er
óf
de
belijdenis
zonder dit
historische
dat
van
daarom
uitgestrooide
kennis
van
Twaalf Artikelen des geloofs kan
de
of het
zaad
deze
tot
zaad des geloofs nog in ontkieming
wereld
geestelijke kennis is afwezig, en de insluiting
ontbreekt.
der
zij
heiligheden,
van zich
hem
gekomen. Dan
maar de
zelf in deze
wereld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's