E voto Dordraceno - pagina 284
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIV5. hoofdstuk
286 en
gen,
we
dat
De natuur
15
in Ef. II:
maar nieuw
;
opnieuw geschapen, zoodat pen.
Paulus
ons, gelijk
mensch geschapen voelen
I.
een nieuwen
zegt, tot
wil hier in het minst niet zeggen,
tweede schepsel in het eerste zou
er een
met
verjongt en vernieuwt zich
inslui-
maar
elke lente,
blijven het dezelfde stofdeelen en dezelfde krachten, die ouder
altoos
den gloed
van dezelfde zon, in nieuwe vormen optreden. Geheel de Doopersche voor-
zijde
van een nieuw wezen droomt, moet daarom geheel
die altoos
stelling,
Het wezen
gesteld.
Het
één.
blijft
is
onze eigen natuur die wordt
omgezet. Ons ik vóór en ons ik na de wedergeboorte
Doch
hierbij
Gods?
weg
gelijk het
komt nu een tweede
De vraag
raad
zijn
moet
zijn
den halm met de
aire,
man. Eva
volwassen
maar
waren,
nog
waren.
Hun
zijn
na verloop van
schepping opeens
God
vijftig
We
heeft in het
jaren zijn ceders
zeggen van voorloopige volkomenheid,
niet de staat der heerlijkheid
omdat Adam en Eva wel deelachtig
twij-
Hij heeft heel het paradijs in staat van voorloo-
volkomenheid geschapen. paradijs
bij
eerst kind geweest.
niet
is
paradijs niet gezaaid, en gewacht tot
omdat het
de
natuurlijk alles in een staat van
is
voorloopige volkomenheid geschapen. A.dam was
volgroeid
is
en uit den eikel den eike-
dan allengs doet groeien ? En dan kan het antwoord niet
niet
pige
namelijk, welke
of wel, volgt Hij den organischen weg,
;
felachtig zijn. In de eerste schepping
een
hetzelfde.
is
Stelt Hij alles plotseling en opeens in zijn voleinding daar,
naar
die uit de tarwekorrel
stam
stuk.
ter-
heilig,
maar daarom nog
was
die komt,
en
niet des eeuwigen levens
moest zich nog ontplooien en was nog
heiligheid
een verliesbaar goed. Maar gerekend met den staat van het paradijs, gelijk
God
dien
had, dan
bedoeld
ja,
was het product der schepping
in zich-
zelven alleszins voltooid en volkomen.
Edoch, en
God de Heere
koes
wordt
als
eikels
zijn
kiemen
op,
waaruit het niet
seling,
waarop het voor ons aankomt, daarna ver-
dit is het punt,
uitsluitend den
kindeke in
De
geboren.
bodem
den
weg van den organischen
dieren werpen jongen.
vallen. Alles
komt nu
uit
De
groei.
Abel
eikestam laat
onmerkbare kleine
en die kiemen verbergen in zich de potentiën of vermogens, al zal
voortkomen.
opeens,
En nu komt
zeer
veeleer
het dan ook, maar niet plot-
langzaam en door gestadigen wasdom.
Dit geldt voor de zienlijke, maar ook voor de onzienlijke schepping in den
mensch.
Het kind spreekt
leert het eerst
maar
En
van
leert eerst
eerst
lieverlede.
van lieverlee
niet,
maar
schreit alleen.
Een kind dat pasgeboren zijn
is,
Het spreken
denkt nog
niet,
bewustzijn kennen, grijpen en verrijken.
zoo ook vormt zich zijn zedelijk leven, zoowel in den zondigen als in
den onzondigen weg. Ook hier
is groei,
toeneming, wasdom. Eerst schijn-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's